zondag 29 november 2009

Het concept van Heil en Ergernis uitgelegd via de Zwarte Doos (zijnde The Beatles Remastered Stereo Box Set)

Waarom Heil en Ergernis?
Omdat er in al het gedoe in de wereld veel heil te vinden valt, maar in evenveel, zo niet meer gebeurtenissen ergernis.

Een voorbeeld.

Heil: Ik kreeg van Mr. Nicolas de box van The Beatles Remastered. Alle CD's van The Beatles, helemaal geremastered dan nog, elk instrument en elke stem apart opgekalefaterd en in stereo terug samengesmeten, in een mooie en vooral handige box.
Dat kan niet slecht zijn.

Hoewel?
Hier komen we aan het Ergernisdeel: De 'Witte', de ongetitelde dubbele van The Beatles, zit in een - vergeef mij mijn woorden - kutdoosje. Het vouwt open in vier elementen, waarbij in de buitenste twee delen twee boekjes zitten, en in de binnenste twee de CD's. In een heel klein vakje...

Het is dus onmogelijk de CD's uit het doosje te halen zonder de boekjes te laten vallen. Bovendien moet je het schijfje vastnemen aan de spiegelkant en onmenselijk hard trekken. Het is elke keer opnieuw alsof je de CD aan het breken bent. Pijnlijke zaken.
Die witte zal niet veel opgelegd worden. Spijtig.



Maar godverdomme, wat een beestige muziek !

Wally's Wondere Wereld

Freya Van den Bossche is bevallen van een zoon, wat betekent dat onze goede vriend Wally opnieuw papa is geworden, deze keer met de Gentse politica.

Het kindje is verplicht door het leven te gaan als Moses.

Juist, Moses...

donderdag 26 november 2009

De Macht der Media

Over het belang van volgend artikel of de baat die wij kunnen hebben bij het lezen ervan ga ik mij niet uitspreken. Waar ik mij over erger is de macht van de media, die in dit artikel nogal duidelijk tot uiting komt.

Het is ronduit zielig, eigenlijk, en toch typeert het de tijd waarin we leven.

Maar eerst het artikel. Daarin staat het 'verhaal' van Ann Howe, een 78-jarige vrouw, die door een van haar kredietverleners op een verslag voor dood werd verklaard en daarom geen nieuwe lening kon aangaan.
Zelfs de vrouw in levende lijve ontmoeten maakte weinig verschil uit:
"We weten wel dat u niet overleden bent, maar volgens het verslag bent u dat wel. We kunnen dit voorstel tot lening dus niet goedkeuren."

Wat heeft mevrouw Howe dan maar gedaan? Ze is naar een televisiestation gestapt met haar verhaal, en nog geen etmaal later was alles al in orde.

Goed nieuws voor mevrouw, inderdaad. Maar is het niet beklagenswaardig hoeveel macht wij ondertussen bij de media hebben gelegd?
Blijkbaar is het niet zó ingewikkeld een rekening te openen voor een schijnbaar dode ondode, als het al na 24 uur in orde kan komen. Waarom wacht een bedrijf of bank dan tot het hele geval in de media komt alvorens te reageren?

En beschouw de bank noch de media maar niet als de schuldige. Wij hebben immers zelf gezorgd voor deze verschuiving van machten. Wij zijn pas geïnteresseerd in iets als we ervan horen, en we horen pas iets als het op TV komt, of in de kranten te lezen valt. En internet speelt daar ondertussen al perfect op in, we kunnen ALLES vinden, alle mogelijke verhalen over de hele wereld, van eenzame ganzen in Nederland via een doodverklaarde vrouw in Washington tot vertederende leeuwenjongen in Oeganda.

Vraag en aanbod: Als een winkelketen, of een bank, of gelijk welk bedrijf iets verkeerd doet, komt het schuldbesef pas nadat het vergrijp in de media is gepasseerd. Is er geen belangstelling van buitenaf, zal het bedrijf van binnenuit ook geen enkele interesse tonen.
Zonder belangstelling van buitenaf is er ook geen kans op gezichtsverlies en is er dus ook geen verlies van winst.
Zonder belangstelling van buitenaf is mevrouw Howe gewoon een dode klant.

Ik vertel hier natuurlijk niets nieuws. Maar het artikel kenschetste het probleem zo goed, dat ik het toch even wilde neerschrijven.

woensdag 25 november 2009

Landers in De Pinte

Laat het geweten zijn, Lander is cool in De Pinte !

maandag 23 november 2009

Dansende kamelen

Om te bewijzen dat de wereld van muziek niet alleen bestaat uit humorloze dildo's:

video

Vooral de kameel is enorm grappig als je hem probeert voor te stellen als een echte, op dit dansje getrainde kameel.
Dank u, Jonathan Richman!

vrijdag 13 november 2009

Lijn 1

Ze zijn al een tijdje aan de gang, de werken aan de Korenmarkt, en om van Wondelgem naar het Sint-Pietersstation te geraken met de tram, moet ik allang afstappen aan de Burgstraat, te voet langs de Jan Breydelstraat, de Graslei en de Korenmarkt, om daar over te stappen op deel II van Tram 1.

Daar gaat u mij niet over horen klagen, ik rijd genoeg met de fiets om de 'tramproblemen' over het hoofd te zien. Zoveel maak ik er geen gebruik van, van dat openbaar vervoer.

Tegenwoordig echter is er iets raars aan de hand. Toen ik laatste zondag, 8 november, terugkwam uit New York, was ik een weekje niet mee met de laatste tramcomplicaties. Gelukkig was er Gentblogt om mij even te wijzen op gevaarlijke veranderingen. Het artikel heb ik, wegens de vermoeiende strijd tegen een jetlag, niet goed gelezen, maar mijn afgematte brein kon toch opmaken dat de tram richting Sint-Pietersstation de normale weg aflegt, terwijl de tram van het station naar het centrum het traject van lijn 22 volgt.

Mooi zo, dacht ik. Als ik kan afstappen aan de eerste halte na de Rozemarijnbrug, kan ik door de Holstraat en de Peperstraat stappen om zo aan de Burgstraat op te stappen richting Wondelgem.
Ik bleek lelijk mis te zijn.

Toen de tram vertrok richting justitiepaleis, bleek hij aan geen enkele halte te stoppen. Met een razende vaart denderde hij door naar het centrum, om pas aan het justitiepaleis mij en menig andere verwarde reiziger lichtelijk verweesd achter te laten.
Maar, hoezeer menigeen het tegendeel zal beweren, ik ben geen moeilijk mens. Flinke scout dat ik ben begon ik gezwind aan de iets langere weg richting Burgstraat, tevreden met het nieuwe inzicht dat ik had gekregen over de aangepaste manier van werken van het openbaar vervoer.

Het eigenlijke probleem kwam gewoon de volgende dag.

Goedhartig als ik ben, wilde ik mijn medemens waarschuwen voor de recente grillen van lijn 1. Toen ik dinsdagavond naar huis tramde, en een vrouw ter hoogte van de Koning Albertlaan paniekerig om zich heen keek toen de tram zelfs niet wilde stoppen nadat ze had gebeld, sprong ik meteen van mijn zitje om haar uit te leggen dat de tram niet meer stopt aan de haltes tussen het Sint-Pietersstation en het centrum.
Blij als ze was een gedienstige medemens te kunnen ontmoeten, bedankte ze mij en ging ze opnieuw zitten.

Ikzelf begaf mij ook terug naar mijn zitplaatsje, plaatste mijn koptelefoon opnieuw over mijn oren en zakte tevreden over mijn eigen weldadigheid terug in een min of meer behaaglijke positie.
Mijn geluk was echter van korte duur, want om een voor mij volkomen onduidelijke reden stopte de tram aan de volgende halte. De deuren gingen open, en mensen stapten op en af. De vrouw, aan wie ik net had verteld dat de tram niet zou stoppen, moest zich haasten om vanuit haar stoel tot aan de opnieuw sluitende deuren te geraken. Net voor ze afstapte, keek ze mij aan met een blik die ik best als verwijtend kon interpreteren.


Toen ik haar van op de tram nakeek zag ik achter haar aan de tramhalte een A4'tje hangen, in het oog springend met het wit en het rood: 'Opgelet! Tram 1 STOPT NIET aan deze halte'.

donderdag 12 november 2009

Meisjes van veertien

“Omdat het gewoon geen zicht is, lieveke”

Aïe... Dat had u niet moeten doen, mevrouw. Zomaar in het openbaar door je moeder ‘lieveke’ genoemd worden is ‘not done’. Iedereen weet toch wat de publieke schaamte dat zo'n koosnaampje veroorzaakt - hoe gewoontjes die ook moge zijn - teweegbrengt bij een jong meisje, wiens imago zelfs nog belangrijker is dan haar mp3-speler? Deze moeder blijkbaar niet.

De hele tram hield zijn adem in. Al tien haltes aan een stuk waren de passagiers gezamenlijk getuige geweest van een verhitte discussie over kousen. Ongelijke kousen. Een rode aan de linkervoet, een blauwe aan de rechter. En het had lang geduurd, vooraleer het jonge meisje de al even typische als onnodige woorden ‘en waarom niet?’ had geuit, maar iedereen zag ze aankomen. Het was echter, zo dacht men toch op de tram, algemeen geweten dat zo’n vraag bij een puber geen antwoord behoeft, dat een kordaat ‘omdat ik het zeg!’ meer dan genoeg zou zijn. Niet om de desbetreffende jongeling te bedaren, nee, vooral om het twistgesprek niet te laten escaleren.

Toen het antwoord echter kwam, wist iedereen, behalve de ongelukkige moeder in kwestie uiteraard, dat het nu wel degelijk zou uitbarsten. Het was er ook aan te zien. Het arme kind had in haar veertienjarige leven nog nooit zoveel gène gevoeld als nu, en wist dat die enkel te vertalen was in een luidkeelse tirade tegen die vrouw die zich haar moeder noemde, maar niet begreep waarom iemand bewust twee verschillende kousen zou willen aantrekken. Wat het kind er maar niet bij tierde, was het gegeven dat die moeder zich niets aantrok van haar aanzien tegenover een tram vol onbekenden, en dat was voor de jongedame van onuitspreekbaar belang. Die onbekenden, waarvan ze wist waaraan ze nu aan het denken waren. Die onbekenden op de tram waren haar aan het veroordelen, beschouwden haar nu als een klein kind, als ‘mama’s lieveke’, en zeker niet als de volwassen vrouw die ze al flink aan het worden was. De tranen schoten haar in de ogen, maar die moest ze verbijten, of haar stem zou overslaan en haar schroom tegenover deze schare anoniemen zou groter worden dan ze met haar fragiele gevoelens ooit aan zou kunnen. Ze dacht aan alles wat ze in de lessen Nederlands had geleerd en probeerde haar immer uitbreidende woordenschat aan te wenden om niet alleen haar eigen moeder, maar ook alle aanwezigen te verbazen met haar eloquentie.

Het moet gezegd worden, wat uit de mond van het kindvrouwtje kwam, getuigde van een zekere welbespraaktheid, maar het kon de omstaanders niet deren. Die waren eerder in grote mate gestoord door het volume waarop de jongedame haar betoog afstak, welk van zo’n luid niveau was dat zelfs de chauffeur, die aan de andere kant van de tram tijdens het rijden naar de radio probeerde te luisteren, duidelijk kon verstaan hoe elke dag een paar kousen van hetzelfde kleur aandoen niet meer was dan doen wat iedereen ook doet, meegaan met de massa, wat ook wel eens ‘conformisme’ kon worden genoemd. Er kwam een korte pauze in het betoog, en de blinkende sterretjes in de ogen van het kind lieten duidelijk verstaan hoe trots ze wel was op het correcte gebruik van zo’n moeilijk woord. Maar toen ze merkte hoe haar moeder zich eerder voor haar tumultueuze geschetter geneerde dan te luisteren naar de waarheid in de woorden die haar dochter declameerde, besloot het meisje verder te gaan met haar luidruchtige rede. Enkele jongelingen, die op nog geen paar passen van het ruziënde tweetal neerzaten, sloten hun ogen en bidden voor de eerste keer in hun jonge leven - zij meenden immers absoluut niet religieus te zijn -, smekend aan een onbekende god om de moeder het verstand te geven haar dochter vastberaden de mond te snoeren. Deze probeerde daarentegen haar opgroeiende nakomeling te kalmeren door het hele discours te negeren, tot grote ontsteltenis van alle tramreizigers rondom haar, die immers beseften tot wat zo’n aanpak kan uitdraaien bij een verbaal op hol geslagen tiener. Het effect van het negeren was, zoals zelfs de jongelingen met al hun gebrek aan levenservaring hadden verwacht, afschuwelijk. Toen de redevoerende meid het erbarmelijke resultaat van haar roepen zag, meende ze dat met krachtiger stem roepen het enige was dat ze nog kon doen.

De chauffeur, die anders ongetwijfeld een brave man is en zijn passagiers altijd onberispelijk behandelt, terwijl hij naar zijn kleine draagbare radiootje luistert, deed nu iets wat hij anders nooit zou doen. Hij keek verwijtend om naar de brutale krijsende passagier achterin. Het had geen enkel effect, maar meer durfde de arme man niet doen in zijn onbeschermde chauffeursplaats. Een mens kan verwachten dat de chauffeur meer dan eens geconfronteerd is geweest met een vorm van geweld, en zich nu duchtig afzijdig wenst te houden tegenover elke vorm van conflict. De boze blik zou zijn enige poging tot verweer zijn, naast natuurlijk een kleine draai aan de volumeknop van zijn kleine radiotoestel.

Hoewel het het meisje hoegenaamd niet opviel dat het popnummer nu een stukje luider uit de richting van de voorkant van de tram weerklonk, was het de moeder zelf helemaal niet ontgaan. De gêne die ze gevoeld had toen haar eerste dochter haar tirade had afgestoken, groeide nu naarmate de blikken van de medereizigers zich nu niet langer meer vooral op de grond richtten, en het schaamtegevoel bracht een vreemde kwaadheid met zich mee. De vrouw begon lichtjes te trillen, en leek wel helemaal genoeg gehad te hebben met de hormonale uitspatting van haar dochter, die haar voor schut stelde tegenover een hele tram vol onbekenden. Wat zouden die mensen nu wel niet van haar moeten denken, nu ze geen woord kon inbrengen tussen de spraakwaterval van haar dochter. Het gevoel van woede bleef niet onopgemerkt bij de tramreizigers, en een gevoel van hoop doorspoelde het hele toestel. Het zou niet lang meer geduurd hebben voor er iemand de andere passagiers zou hebben opgejut tot het roepen van prikkelende aanmoedigingen naar de moeder, in de hoop haar zover te krijgen een stevig en gevat, doch pedagogisch ongetwijfeld onverantwoord antwoord te geven. Helaas zat er niemand in de tram die zulk een ongewone daad aandurfde.

Een bejaard koppel, neergezeten op de stoelen die het dichtst bij het ruziënde koppel stonden, begon zich ietwat duidelijker te enerveren aan alle drukte. De oude vrouw leunde naar haar afgeleefde eega en fluisterde hem iets in het oor. De man keek de vrouw kort aan met een blik, die enkel door zijn vrouw zonder woorden kon begrepen worden, en beiden hesen zich recht aan de daartoe dienende paal, om dan schuifelend naar de deur te bewegen. Toen de tram stopte en zij uitstapten, leken zij wel gered van de verdere nutteloze en puberale monoloog, als plots de moeder haar dochter hardhandig bij de arm nam en met haar naar buiten stapte. Het bejaarde koppel beende zo snel als mogelijk een zijstraat in. Terwijl de tramdeuren sloten konden de inzittenden de moeder nog schor horen roepen hoe ze het beu was en hoe ze niet begreep dat het kind niet zelf inzag hoe ongepast en misplaatst haar reactie wel niet was geweest. Iedereen voelde wel aan dat het kind in kwestie een stevig antwoord zou teruggeven, maar de tram reed rustig verder naar de volgende halte, en alle inzittenden konden weer opgelucht ademhalen. De chauffeur twijfelde even om de volumeknop van zijn transistorradio opnieuw stiller te draaien, maar hij zag er toch maar vanaf. Het leed ten slotte geen twijfel dat elke passagier nu meer dan ooit genoot van de consonante tonen die de kleine ingebouwde luidsprekertjes met zich meebrachten.