donderdag 9 december 2010

Dagscène


Een lichte rookring verhult het schilderij, de figuren herinneren onbeschaamd het verhaal van Casanova, de ontrouwe. Het grote witte bed onder die verleidingsscène is al opgemaakt na de daad, de vulgaire plooien gladgestreken. Niemand die nog kan zien wat in deze hotelkamer is gebeurd, en hijzelf is al klaar om opnieuw te vergeten.
Daar zit hij, terug aangekleed, schoenen aan, hemd nog niet helemaal dichtgeknoopt - alsof hij nog even wil nagenieten. Een brokje as valt van zijn sigaret op het deken, schroeit een minuscuul gaatje in de witte stof. Hij veegt, achteloos, neemt nog een trek.

Zij kleedt zich aan en weet dat hij weer weg zal gaan, tot ze elkaar opnieuw ontmoeten in die ene witte kamer. Straks gaat hij zonder haar terug naar zijn gezin.
Snel, zonder hem tijd te geven te protesteren, trekt ze nog een foto.
"Zodat ik je ook thuis kan herinneren", fluistert ze.

vrijdag 26 november 2010

Ancient Americans

Et voila: typisch Amerika. Waarom moeten ze nog discussiëren over zo'n wanbeslissing? Zoiets zie ik Europeanen niet meer doen: wij leren tenminste van onze fouten.
Enfin, onze fouten... Die van de Oude Grieken, uiteraard.


donderdag 11 november 2010

De macht van blanke mannen (laatste deel)

[Vervolgt]

‘Wat gebeurt hier?'
Charlie was intussen van zijn boot gekomen en had het gebeuren benaderd. Kwilu antwoordde met duidelijke stem :
‘Lukena wil de heilige boom Kintaki versnijden, terwijl de boom hem net wilde straffen voor een slechte oogst.’
‘Een slechte oogst krijg je door niet goed te werken.’
‘Wij proberen hard te werken, meneer Charlie, maar de natuurgoden...’
Eén van de dorpelingen maakte zich kwaad, hief een stevige stok in de lucht.
‘Meneer Charlie heeft met de plantage niets te maken, hij kan ons niets doen !’

Er was wat gemorrel in de groep; dit was waar iedereen al een tijd aan had gedacht. Hoewel Charlie duidelijk een blanke man was, had hij maar weinig te maken met de blanken uit het huis van de eigenaar of met de blanken op de boten. Het hele dorp had met ontzag naar Charlie gekeken, zoals ze met ontzag naar de andere blanken hadden gekeken. Maar nu bleek dat Charlie één van hen als gelijke beschouwde, konden zij ook niets anders dan hem als hun gelijke zien. En deze gelijke man trok partij voor Lukena, die de natuurkrachten wilde uitdagen om een kano te maken.
Langzaam maar zeker begon de groep Charlie en Lukena meer en meer te omsingelen.
Charlie had al snel begrepen wat de dorpelingen van plan waren, en zocht naar een uitweg. Het huis van de plantage-eigenaar was onbereikbaar, de dorpelingen stonden in de weg. Op de boot zouden ze veilig zitten, maar de oever lag nog ver weg. Wie weet trouwens hoe ver op de stroom de kleine hoeveelheid steenkool hen maar zou brengen ?
Bundu had zich ondertussen de hele tijd afzijdig gehouden. Aan de ene kant had Lukena de goden wel beledigd, en zo het hele dorp in gevaar gebracht, aan de andere kant bleef hij wel een dorpeling, een buur, een vriend. Bundu ging niet akkoord met de manier waarop de hele groep omging met het verraad van Lukena. Daarenboven leek het erop dat Charlie ook ging aangevallen worden, en dat kon voor iedereen verstrekkende gevolgen hebben. Het is toch niet omdat hij niets met de plantage te maken heeft dat hij als blanke geen macht heeft ?
Als de dorpelingen Charlie zouden aanvallen of zelfs vermoorden, zouden de blanken in het grote huis het hele dorp ongetwijfeld bestraffen. Handen zouden worden afgehakt, nog meer vrouwen en kinderen zouden worden vermoord. Bundu was het zeker: de aanval op Lukena en Charlie moest worden gestopt.

Ondertussen waren Lukena en Charlie al een eind achteruit geweken. Hoe meer de dorpelingen de twee mannen probeerden in te sluiten, hoe verder deze in de richting van de boot stapten. Lukena had het erg moeilijk met zijn knie, en zwaaide af en toe met zijn machete als de dorpbewoners te dicht in zijn buurt kwamen.

Opeens kwam een luid geroep van aan de andere kant van het dorp, aan het grote huis van de plantage-eigenaar. Lukena zag Bundu aan de ingang staan, samen met drie blanke mannen en de eigenaar. De drie mannen hadden elk een geweer vast, waarvan het hele dorp goed wist waarvoor het diende. Lukena begreep niet goed wat Bundu daar deed; daar mochten zij als gewone dorpelingen niet komen.
De eigenaar en de andere drie blanke mannen kwamen naar het dorp gestapt, riepen iets onverstaanbaars. Bundu volgde achteraan.

De dorpelingen begrepen niet waarom de blanken zo kwaad naar hen toe kwamen gestapt, en voelden een zeer diepe angst. De oogst moest niet geteld worden, dus wat kwamen de blanken doen ? Dat zij nu zelfs hun geweren bij zich hadden, betekende niet veel goeds.
Eén voor één lieten de dorpelingen hun stokken, stenen en machetes op de grond vallen. Allen troepten ze bijeen en keken ze vol angst naar de blanken, geen van hen lette nog op Charlie en Lukena. Charlie zag zijn kans, en ondersteunde de hinkende Lukena richting de boot.

Toen ze net aan de boot waren aangekomen, klonk achter hen een schot. Geschrokken draaiden ze hun hoofden naar het dorpsplein, waar ze elke man, elke vrouw, elk kind vol ontzag naar een punt in het midden van de groep zagen kijken. Er volgde nog een schot. En nog een. Enkele dorpelingen vielen levenloos neer in het mulle zand.

Het moet een vreemde aanblik geweest zijn, de stilstaande dorpelingen die één voor één werden neergeschoten. Bundu heeft mij nooit precies kunnen vertellen waarom niemand zich toen heeft verzet, of waarom de eigenaar van de plantage het hele dorp heeft laten uitmoorden. Misschien wonnen ze op de plantage nooit genoeg rubber. Misschien was de eigenaar alle problemen met de dorpelingen beu. Misschien was de eigenaar gewoonweg gek geworden.
Het enige wat Bundu mij nog wist te vertellen was hoe hij bij het eerste schot naar de boot was gevlucht, hoe hij Charlie en Lukena had gevraagd hem mee te nemen, en hoe ze het laatste beetje steenkool in de oven hadden geschept in de hoop ver genoeg te kunnen ontsnappen. Toen er eindelijk beweging kwam in het schoepenrad en de stoomboot van de oever loskwam, stonden enkele hutjes al in brand. Op het moment dat de boot voorbij de eerste rivierbocht was gevaren hing er een enorme rookpluim over de Congo.

Wat er precies gebeurd is met de blanken uit het grote huis aan de plantage, is niet geweten, maar toen Charlie, Lukena en Bundu gevonden werden door de boot die steenkool kwam leveren, was er bij de bemanning niemand die van hun verhaal op keek. Zulke verhalen komen zo veel voor in de Vrijstaat.

Als Charlie niet had gezegd dat hij Lukena en Bundu zou kunnen gebruiken op zijn zoektocht naar de ivoorhandelaar, zouden de twee zijn meegenomen naar een andere rubberplantage. Dan hadden ze hetzelfde misschien opnieuw meegemaakt. Dan had ik Bundu nooit ontmoet. En dan was dit misschien één van de vele nooit aanhoorde verhalen uit de Vrijstaat gebleven.

vrijdag 5 november 2010

De macht van blanke mannen (tweede deel)

[Vervolgt]

Charlie was even vriendelijk als anders en had al een bed gesteld voor Lukena, waar Lukena al snel op ging zitten. Er hing even een stilte in de lucht, terwijl Charlie een conservenblik opende en de inhoud op twee borden goot. Lukena keek vanaf het bed toe en bleef zelfs zitten toen Charlie hem een bord toeschoof over de kist. Pas wanneer Charlie hem vertelde dat hij mocht eten, nam Lukena het bord op zijn schoot.

Zoals ik al had gezegd, weet ik over het hele verhaal alleen wat Bundu mij heeft verteld. Waarover Charlie en Lukena die avond hebben gepraat, wist hij mij alleen te vertellen via Lukena, toen die hem enkele weken later op de boot zijn versie van het verhaal deed. Wat zeker is, is dat Charlie toen met horten en stoten – hij was de taal niet helemaal machtig – aan Lukena vertelde waarom hij al een week aangemeerd lag aan de oever. Hoe hij van de Brusselse handelsonderneming waar hij voor werkte de opdracht had gekregen op zoek te gaan naar die geheimzinnige maar succesvolle ivoorhandelaar. Hoe hij al een week aan het wachten was op steenkool, om verder te trekken. Hoe het hem stoorde steeds te moeten wachten op dingen die niet kwamen, hoe moeilijk het was om te werken.
Lukena at en luisterde. Het moet die avond geweest zijn dat hij overtuigd raakte van wat de natuurgoden van hem verwachtten. Hij moest Charlie helpen de ivoorhandelaar op te sporen, hij moest ervoor zorgen dat Charlie de Congo kon opvaren. Niet dat hij Charlie daarover inlichtte; Lukena ging ervan uit dat het voor Charlie al logisch was dat hij ging geholpen worden. Waarom zou hij anders iemand uit het dorp op zijn boot hebben uitgenodigd ?

De hele volgende dag op de plantage bedacht Lukena wat hij zou kunnen doen, maar pas toen hij ’s avonds de gevallen Kintaki passeerde, kreeg hij een idee. Hij zou voor Charlie een boot maken. Hoe kon hij ook anders ? De boom was op zijn huis gevallen, was lang genoeg voor een grote, stevige kano, en Charlie had hem nu zelfs onderdak gegeven op zijn stoomboot. De tekens waren bijna niet mis te verstaan, de wil van de goden was duidelijk.

Toen Lukena de dag daarop een machete van de plantage haalde, keken de dorpelingen toch even op. Nog steeds durfde niemand hem aan te spreken, hoewel ze zich toch afvroegen wat de blanke plantage-eigenaar ervan zou denken dat Lukena materiaal leende. Het was Bundu die het werk even staakte om te gaan kijken wat Lukena van plan was.

Terug in het dorp aangekomen begon Lukena de eerste takken van de heilige boom af te hakken.
‘Wat ben je aan het doen ?’, riep Bundu met hese stem. ‘Dat is Kintaki !’
Lukena keek even op naar Bundu, maar hakte met een grote glimlach al snel verder.
‘De natuurgoden willen dat ik een boot maak voor meneer Charlie, hij moet de Congo op.’
‘Je werkte niet genoeg op de plantage, de goden hebben je gestraft. Blijf van Kintaki.’
Bundu klonk aarzelend, hij zou uit zichzelf nooit denken dat de goden iets van Lukena zouden verwachten. Het feit dat Lukena dat nu leek te denken deed Bundu twijfelen. Lukena hakte nog enkele takken af.
‘Ik maak een kano voor meneer Charlie.’

Bundu keerde vertwijfeld terug naar de plantage, waar de andere dorpelingen hem vragend stonden op te wachten. Toen Bundu had uitgelegd wat Lukena van plan was, reageerden ze allemaal geschokt. Lukena was door de goden gestraft geweest, en in plaats van zich beter in te zetten op de rubberplantage verminkte hij hun heilige boom. Hoe zouden de natuurkrachten daarop reageren ? Wat Lukena deed was gevaarlijk voor iedereen in het dorp: het hele bos zou als vergelding op hun hutten kunnen vallen. Wie dacht Lukena wel niet dat hij was ?

In hun ogen ging Lukena zelfs met de blanken respectloos om. Geen enkele gewone dorpeling zou het ooit in zijn hoofd hebben gehaald te overnachten bij een blanke man; alleen al in het huis of op de boot binnentreden was ongeoorloofd.
Een tijd geleden was de zoon van de plantage-eigenaar op bezoek bij zijn vader, en toen werd bevolen dat Monana, een jong meisje uit het dorp, in het grote huis van de eigenaar zou worden gebracht. Ze wist niet goed waarom, en was dan ook doodsbang toen de zoon van de eigenaar haar naar het huis leidde. De dorpelingen hebben haar sinds die dag niet meer teruggezien. Alleen Kwilu leek het huis binnen te kunnen gaan – op uitnodiging – en veilig terug te kunnen keren. Maar hij mocht ook nooit vertellen waarover werd gesproken of wat hij had gezien.
Lukena daarentegen was nu wel veilig en wel teruggekeerd vanuit de slaapplaats van één van de blanken. Hoewel niemand het luidop zei, dachten alle dorpelingen het hiermee bewezen dat Charlie een minder goddelijke en dus minder gevaarlijke blanke was dan de mannen van de plantage. Toch betekende dit niet dat Lukena ongestraft bij iemand met een hogere status kon inwonen, op het moment dat de goden hem wilden straffen.

Ondertussen was Lukena al bezig met het afschrapen van de schors, toen hij de menigte vanuit de plantage op hem af zag komen. Hoe dichterbij ze kwamen, hoe meer dorpelingen te zien waren met zware stokken en machetes, wat Lukena toch een beetje angst inboezemde. Hij stopte met zijn werk en rechtte zich. Kwilu, het dorpshoofd, was de eerste die tot hem sprak.
‘Waarom kom je aan onze heilige Kintaki ?’
‘Omdat de goden mij hebben opgedragen een kano te maken voor meneer Charlie.’
‘De blanken hebben ons opgedragen voor meer rubber te zorgen, we moeten werken. Dat is ook wat de goden willen.’
Charlie was intussen op het dek van zijn boot gaan staan, bekeek het gebeuren vanop een afstand. Hij hoorde het rumoer, maar zag alleen Lukena. Het kon niet anders of een aantal dorpelingen – of was het iedereen ? – stond aan de andere kant van de boom. Het was hem niet al te duidelijk waarover de discussie ging, of waar Lukena nu mee bezig was, zittend op de lange boom. Af en toe kon hij een deel van een zin opvangen, maar zijn kennis van de lokale taal was niet goed genoeg om die flarden te begrijpen. Wat hij wel uit de situatie kon opmaken, was dat de dorpelingen zich om één of andere reden kwaad maakten op Lukena. Maar dat was niet iets waar hij zich mee te moeien had. De dorpelingen konden zich soms druk maken over de kleinste onbenulligheden, zo leek het Charlie wel.
Het was pas op het moment dat een stok van één van de dorpelingen het hoofd van Lukena op een haartje na miste dat Charlie de ernst van de onvrede begreep.

Lukena had de stok net kunnen ontwijken, maar viel wel van de boom af. Gelukkig voor hem kwam hij aan de andere kant van de boom neer dan waar de dorpelingen stonden.
Een steen plofte net naast hem in het zand, en aan de andere kant van de enorme boomstam hoorde hij Bundu's pogingen iedereen tot bedaren te brengen. Het maakte geen verschil uit: de menigte gooide stenen over de heilige boom naar Lukena, die op zijn been werd geraakt. Hij schreeuwde het uit van de pijn.
Met de machete geheven richtte hij zich op, klaar om de groep dorpelingen die om de boom heen kwamen gelopen tegen te houden. Hoe konden zij hem zo aanvallen? Zagen zij niet in dat het zijn opdracht was een boot te maken van de heilige Kintaki ? Een volgende steen raakte Lukena op zijn knie. Kermend van pijn haalde hij uit met zijn machete, de menigte deinsde achteruit.

[Vervolg]

maandag 25 oktober 2010

De macht van blanke mannen (eerste deel)

Het was naar men zegt al flink heet geweest die zomer van 1890, toen op een avond de heilige boom Kintaki neerstortte op de hut van Lukena. De man zelf was gelukkig niet geraakt, maar zijn woning lag compleet in puin.
Ik kan alleen maar vertellen wat ik van Bundu heb gehoord, ik was er zelf niet bij, maar het hele dorp zou op een paar tellen buiten hebben gestaan, verbijsterd starend naar het gevaarte.
Hun meest heilige boom lag daar, de bovenkant in het midden van het dorp tussen de brokstukken en het riet, de onderkant net aan de rand van het bos waar hij al die jaren trots had gestaan. Lukena zelf wist ook al niet wat hij kon zeggen. Wat moest de arme man voelen bij deze nieuwe, uitzichtloze situatie ? Het hele dorp had het een beetje moeilijk de gebeurtenis te plaatsen, maar ze hadden geleerd zich geen vragen te stellen bij de wil van de natuur.

Enkele weken terug waren de dorpelingen afgestraft geweest door de blanke mannen, omdat het dorp niet genoeg rubber had geleverd. Waarom zij opeens rubber moesten telen hadden ze nooit begrepen, maar het was duidelijk dat de dorpelingen naar de blanke mannen moesten luisteren, of ze zouden worden getuchtigd. De ene maand werden ze geranseld, de andere maand werd hier en daar een hand afgehakt. De vorige keer werden enkele vrouwen en kinderen vermoord, zodat hun mannen en vaders wat beter zouden presteren. Daar werden geen vragen bij gesteld. De blanken waren goden.
Daarom net dat de dorpelingen zich ook geen vragen stelden bij de gevallen boom. Ze begrepen niet waarom de natuurgoden hen wilden straffen, maar het zal wel iets te maken hebben gehad met die slechte rubberoogst.

Telkens nadat de blanken het dorp hadden gestraft, verdwenen ze weer in hun grote boten en stevige huizen. Daarna ging het leven in het dorp opnieuw zijn normale gang. Waarom zou deze ene nacht anders geweest zijn ?
Toen duidelijk was waar het lawaai vandaan was gekomen, lieten de dorpelingen Lukena achter en keerden ze zonder meer terug naar hun eigen hutten. Als de natuurkrachten iemand wilden straffen, dan moesten de dorpelingen zich daar simpelweg buiten houden. Lukena had maar harder moeten werken in de rubberplantage.

Lukena zelf had het echter zo niet begrepen, hij zag zijn huis en slaapplaats in puin liggen. Hij probeerde enkele buren ervan te overtuigen hem bij hen te laten slapen, maar niemand wilde hem in zijn huis nemen. Wat als de natuurgoden hen ook zouden straffen ? Lukena moest boete doen, hij zal zelf wel weten waarom.
Die nacht sliep Lukena buiten in het zand, enkel beschermd door enkele takken van de heilige Kintaki. Wat moest hij anders doen ?
Bij het huis van de eigenaar van de plantage mocht hij niet komen, dat is terrein voor blanken. Alleen het dorpshoofd Kwilu mocht daar komen, en dan alleen op uitnodiging.
Bij Charlie dan, die al een week aangemeerd lag aan de oever van de Congo ? Charlie was altijd vriendelijk tegen Lukena en de andere dorpelingen, maar Charlie was al even blank als de eigenaar van de plantage. Daarenboven leek het erop dat Charlie niet wakker was geworden door het gedonder van de zware boom, en Lukena zou hem nooit wakker durven maken.
Maar Lukena kon niet klagen, het was warm genoeg op de grond.

Toen Lukena de volgende dag zijn ogen opende, was Charlie de eerste persoon die hij zag. Die was blijkbaar van zijn boot gekomen voor zijn dagelijkse ochtendwandeling, en in het dorp was hij blijven staan bij de gigantische boom en de restanten van de hut. De dorpelingen waren al bezig met het halen van het water, enkele mannen waren reeds vertrokken naar de plantage – niemand scheen zich aan de boom te storen. Lag hij in de weg, dan liep men er in een wijde boog omheen, niemand die er ook maar aan dacht er over te klimmen.
Toen Charlie reeds een tijdje sprakeloos had staan kijken, ontdekte hij ineens de slapende figuur onder de boom. Net op het moment dat hij wilde gaan kijken wie het was, opende de figuur zijn ogen.

Lukena glimlachte naar Charlie: altijd vriendelijk blijven, altijd lachen.
‘Is dit deze nacht gebeurd ?’, vroeg Charlie, gebarend naar Kintaki. Lukena knikte, met een glimlach.
‘Waarom slaap je niet in een andere hut ?’
Hier moest Lukena even over nadenken. Hij begreep dat de dorpelingen de val van de boom als een straf beschouwden, maar zelf zag hij het als een teken van de goden. Wat die goden hem nu precies wilden vertellen wist hij nog niet, maar het feit dat de blanke Charlie hem kwam wakker maken betekende wel iets. Charlie had ongetwijfeld te maken met de taak die de natuurgoden Lukena wilden opleggen.
‘Ik moet zelf mijn taak voor de goden volbrengen, zonder hulp van de andere dorpelingen. Tot ik weet wat die taak is, slaap ik alleen.’
‘Zo dicht bij al die wilde dieren ?’
‘De goden beschermen mij.’
Charlie keek even rond zich heen naar de dorpelingen, die zich niets schenen aan te trekken van het lot van Lukena.
‘Kom vanavond maar op de boot slapen, ik heb nog plaats over.’

Lukena twijfelde. Was dit een test ? Misschien was het wel een teken van de goden, misschien kon hij zo ontdekken wat van hem werd verwacht. Hij knikte, beloofde die avond bij Charlie op de boot te overnachten. Uit de mond van Lukena klonk het als een toegeving op een bevel, maar Charlie besteedde daar geen aandacht aan. Hij was wel meer gewoon, na een week aan de oever van de Congo.

Die dag werkte Lukena alleen. De andere dorpelingen leken hem te mijden, hoewel ze zelf niet goed begrepen waarom. Zelfs Bundu, met wie Lukena als jongeling altijd ging jagen, sprak geen woord. Lukena’s huis was door de goden vernield, maar iedereen had het gevoel dat dat niet alles was. Lukena was nog niet genoeg gestraft geweest, en de dorpelingen wilden zo ver mogelijk buiten het vervolg van zijn straf blijven.
Lukena zelf trok er zich niet veel van aan, hij werkte de hele dag hard door.

’s Avonds dacht hij er nog even over na om terug onder de heilige Kintaki te kruipen, maar de gedachte dat Charlie hem zelf had uitgenodigd weerhield hem daarvan. Ervaring had Lukena immers geleerd de blanken altijd te gehoorzamen.

[Vervolg]

donderdag 21 oktober 2010

This ain't over 'till the fat lady sings...

Ik geloof oprecht dat er op de hele wereld geen mens bestaat die zingende dikkerds niet hilarisch vindt - of het zou een obese patiënt zonder zelfrelativering moeten zijn. Daarom een klein eerbetoon.
Nog even vermelden: this is me not being nice, ik weet het... Maar iedereen heeft recht op een ondeugd of twee op zijn tijd.

We beginnen magertjes: een zelfbewuste papzak heeft een eigen versie gemaakt van 'Got Money' van Lil Wayne. Nice one.


De volgende vetterd is iets minder op de hoogte van zijn problemen, getuige het rustige doorvreten tijdens de zangpartij. Maar laat dat nu net voor meer kijk- en luistergenot zorgen. Let vooral op het moment waarop hij de camera ontdekt...


Het laatste filmpje is door de zangeres in kwestie van Youtube verwijderd, maar het was al te laat. Toen ze eindelijk had begrepen waarom haar ingezongen nummers zo populair waren, hadden verscheidene onverlaten haar filmpje al gedownload en opnieuw gepost. We mogen hen dankbaar zijn.
Vestig uw aandacht vooral op... Fuck, let gewoon op álles! Dit is van begin tot einde (van 'Hello, people of Youtube' tot en met 'Bye bye, now') GE-NI-AAL.


Lieve dikkerds: geef de moed niet op. Jullie genieten, wij genieten.
En nu ga ik snel even een oud vrouwtje de straat over helpen, ik krijg een beetje een schuldgevoel.

vrijdag 15 oktober 2010

Onvoorzichtige Fransen, dronken Libiërs

Soms kom je zo van die verhalen tegen die je graag zou onthouden en doorvertellen aan zo veel mogelijk mensen, gewoon omdat ze té cool en/of ongelooflijk zijn om zomaar te laten verdwijnen in de grote Wikipedia-massa - want wat is Wikipedia méér dan een verzamelplaats voor interessante, doch onbelangrijke weetjes? Net daarom wil ik hier af en toe eens een waargebeurd (of toch 'mogelijkgebeurd') verhaaltje neerschrijven, zo heb ik tenminste een soort van overzicht.

Vandaag presenteer ik u het verhaal rond de boom van Ténéré, een boom in het noordoosten van Niger, in het midden van de woestijn. Een extreem hete en droge woestijn, waar boomgroei in principe onmogelijk is, behalve dus voor die ene acacia in het kurkdroge Sahara-zand. Zelfs atheïsten zouden het een wonder kunnen noemen.
Nee, echt, stel het je even voor. In een straal van honderden kilometers is er geen begroeiing, en daar staat dan één boom, één eenzame boom. In het midden van een woestijn. Over dramatiek gesproken...
Eind jaren '30 ontdekte het Franse leger (waar hielden die mannen zich eigenlijk mee bezig?) dat de boom zijn water haalde uit een ondergrondse bron op zo'n 33 meter diepte, en tijdens die ontdekking werd de stam beschadigd door een ongelukkig manoeuvre van een vrachtwagen. Onvoorzichtige sukkels.
Goed, laten we niet te hard van stapel lopen: het is niet echt zéker dat de Fransen de boom hebben beschadigd, want Michel Lesourd, commandant van de Service Central des Affaires Sahariennes, had in 1939 nog een foto gemaakt van de onbeschadigde boom. Het is pas twintig jaar later dat het de Franse etnograaf Henri Lhote opviel dat de vertrouwde Y-vorm verdwenen was, dat de boom op dat moment nog slechts één stam had. Hij gaf de schuld aan een 'onvoorzichtige vrachtwagenbestuurder', maar wie die onverlaat dan wel niet was, is niet geweten. Wat wel vaststond, was dat de meest eenzame boom op de aardbol onherroepelijk verminkt was.

Maar de boom liet zich niet kennen, neen. Zwaar geschonden, maar even statig als voorheen bleef hij een herkenningspunt voor karavanen, vrachtwagens en andere woestijnreizigers, die nu zelfs water konden halen uit de door de Fransen ontdekte ondergrondse bron.

Tot het vermetele jaar 1973, als de boom op een tragische manier aan zijn einde komt door toedoen van een dronken Libiër. Een dronken Libiër, inderdaad, u kon het zelf niet beter verzinnen. De man slaagde er in zijn vrachtwagen door een dorre en lege woestijn te navigeren en toch tegen het enige obstakel in een straal van zo'n 200 kilometer te denderen. Als dat geen mogelijkheid tot wereldfaam biedt, weet ik het ook niet meer, maar de naam van de zatlap is nergens bekend. Maar goed voor hem, denk ik dan.

Op 8 november 1973 werden de restanten per vrachtwagen (de Ténéré-boom kende dit soort voertuig ondertussen al door en door) naar het Nationaal Museum van Niger in Niamey gebracht, waar de overblijfselen nog steeds te bezoeken zijn. Op de plaats waar de boom vroeger stond, heeft één of andere anonieme kunstenaar een lelijk gedrocht van gerecycleerd materiaal neergezet, ter nagedachtenis van de gesneuvelde boom. Nu is dit monument het herkenningspunt voor handelaars, en dat zal het nog lange tijd blijven, want hoe lelijk de constructie er wel niet mag uitzien, ze lijkt stevig genoeg om de aanvallen van eender welke roekeloze Fransman of dronken Libiër met succes af te slaan.
Lang leve de nagedachtenis, dus.

zaterdag 18 september 2010

Zinnen

Ze zijn wég,
verdwenen
nut vergeten
de betekenissen zijn hun doelen moe.

Misschien schijnen ze soms
te zijn
- verscholen, verholen -
op plaatsen uit 't zicht
zien zij ons pijnlijk lachend toe.

Geruild, vervangen,
bedrog veinzerij
spreken ze ons
niet langer meer toe
en het énige, wat enigszins
kan blijven hangen
is die zin, zinloze
ledigheid.

woensdag 1 september 2010

Jong geleerd is oud gedaan, sprak Piet Piraat

Ligt dat nu aan mij?

Wat krijg je in godsnaam bij een Mega Mindy DS Lite Starter Kit?
Een stel Geisha-ballen?
En een kinder-dildo?


Gertje, het gaat de verkeerde kant op met Studio 100.

woensdag 25 augustus 2010

Dringende Oproep

Ja, zelfs in deze tijden van zomerse feesten, vrije tijd en vakantiewerk moet er ook aan onze minder fortuinlijke medemens worden gedacht - hebt ú overigens al gestort voor Pakistan?

In het kader van menslievendheid wil ik hierbij een dringende oproep doen aan de mammie van Julian: kom alsjeblieft terug naar huis! Uw zoontje mist u enorm, en in tijden van crisis en onheil is het voor hem niet makkelijk zonder moeder verder te moeten gaan.

Uw hart moet wel van steen zijn, als zijn oproep u niet beroert.
Speciaal voor u kweelt hij in de hoogste tonen van zijn kunnen en acteert hij de pannen van het dak - of dacht u dat hij het méénde, daar op 2:10 ?
Alsjeblieft, kom terug naar huis...



Mocht u nog twijfelen over de impact van uw vertrek, sta dan even stil bij het in deze tijden toch enigszins verontrustende eindbeeld.
Doe dat uw zoon niet aan!

dinsdag 10 augustus 2010

Vervloek de schoonheid

Dat schone lichaam
brandend naakt
op netvliezen, in gedachten
staat voor altijd
in dromen

onbeweeglijk zinderend
het druppelzweet ontkleedt
haar verder dan ze ooit
naakt zou zijn geweest
op zwoele zomernachten

men raakt haar met de ogen
met de handen, met de stem
zoekend naar de sporen
die dit lijf
dit blanke lichaam
zo plots hebben gestild

men smacht naar al die tijd
en naar vergetelheid
zijzelf weet al niet meer dan wat ze heeft gezien
toen men botte driften vierde op de tellen voor haar dood

ze leeft er niet meer voor
om haar vervloekte schoonheid
in schoonheid te verkennen

men kwijt haar alle schulden
op een verderfelijke manier

maandag 12 juli 2010

Punische feesten

De tamboerijnen knallen en de rode toeters schallen,
lallende mensen vallen over vrouw en over man,
hunker naar de alcohol, de drugs, de seks, de rock en roll,
en alles wat verboden is en alles wat verdoven kan:
we feesten voor de reinen.

Dansend op de stromen en al zingend in de lorum
laten wij hem tot ons komen, in zijn verzen in zijn dicht.
Het zijn de woorden die we horen - zijn verweer, zijn geweer -
de roes die doorgaans niet in de (verbods)verdoving ligt.
Denk hem na
in al die dagen
waar de uren
slechts minuten
later tellen
lijken
niet de lijken
niet de dooien
na de winter
komt de zon
en brandt zijn liefde
door zijn woorden
verzengend als zijn hart.

Geef dan op die laatste dansen en neem afstand van wat is
Rijs omhoog naar al die plaatsen waar de afstand er geen is
En dans daar op die hoogtes, dans en drink en geef hem heil,
maar weet ook dat zelfs daarboven toch het leven niet kan zijn.

zaterdag 10 juli 2010

Work or Play ?

I'm just a bit
not into it

vrijdag 18 juni 2010

Het kan niet bij goed nieuws blijven

Dan ga je eens naar Sun Parks, dan heb je eens goed weer, dan ga je al eens elke dag zwemmen, dan zit je eens elke avond te brainstormen, dan kom je eens met een origineel concept terug naar huis, dan hoor je op de radio dat José Saramago dood is.

Heeft het met karma te maken?

dinsdag 25 mei 2010

Het is Towel Day !!!

Mei is echt de maand van speciale dagen... Na Masturbation Day en de verjaardag van Beuys is het op 25 mei de beurt aan Towel Day.

De dag waarop we onze held Douglas Adams eren door de hele dag een handdoek mee te nemen, waar we ook gaan.
Een handdoek, inderdaad. You never know when it might come in handy...

Uitleg nodig? Douglas Adams is de schrijver van geniaal grappige boeken zoals 'Dirk Gently's Holistic Detective Agency' en 'The Hitchhiker's Guide to the Galaxy'.



Als je het niet bestaan van God kan bewijzen verdien je het dat mensen de hele dag met een handdoek rondlopen ter ere van jou.

zaterdag 22 mei 2010

Doomsday

Opdat u voorbereid zou zijn:

Op 11 november 2010 breekt de Derde Wereldoorlog uit.
De eerste raketten uit die oorlog zullen worden afgevuurd op 14 december.
Dixit Web Bot.

't Is maar dat ge't weet.

dinsdag 18 mei 2010

The Singing Detective

Geen tijd, geen tijd, geen tijd.

Toch wil ik even reclame maken voor 'The Singing Detective', hoewel de serie niet zomaar samen te vatten is in enkele zinnen - zelfs niet in enkele pagina's. Maar goed: kort dan...

Philip Marlow, een aan lager wal geraakte schrijver van detectiveromans lijdt aan psoriasis, een ziekte die de huid op afzichtelijke wijze aantast. Om zijn pijn en bedlegerigheid te vergeten herschrijft hij in gedachten zijn eerste boek, 'The Singing Detective', waarin hij zichzelf verbeeldt als de intrigerende detective Phil.

Er valt nog veel meer te vertellen over de zeven uur durende serie, zoals over de soms rauwe jeugdherinneringen van de schrijver of over de muzikale sequenties, maar tijd heb ik niet.

Daarom: bekijk onderstaande clip. Bekijk het helemaal, van begin tot einde zonder vooruit te spoelen. 't Zal u niet berouwen.



Koop de serie, hij kost niet veel.
Dennis Potter is een genie. Jon Amiel ook wel.

woensdag 12 mei 2010

Wir wollen immer Sonne statt Reagan

Gelukkige verjaardag, meneer Beuys.

Als u in een andere maand zou geboren zijn had ik een langer bericht geschreven, maar mei is de maand waarin schoolse taken worden afgewerkt, analyses geschreven, examens voorbereid, stripverhalen bedacht, papers gemaakt... Welke ernstige student heeft dan nog tijd een noemenswaardig blogbericht te schrijven?
Als zelfs de gekke wereld van Joyce resoluut 'nee' zegt - laat u niet voorliegen, de schrijver van de blog is allesbehalve op vakantie en heeft evenveel werk als Yours Truly - wat kan ík dan anders doen dan u zelf aan het woord te laten?



Oh, ja, voor ik het vergeet: mocht u ooit uit de doden opstaan en mijn blog lezen, kan u onderstaande commercial dan eens uitleggen?



Akkoord, het geld ging naar Die Grünen, de groene partij in Duitsland, maar toch...

Desalniettemin ne gelukkige, meneer Beuys. Een zeer gelukkige.

vrijdag 7 mei 2010

Happy Masturbation Day, everyone !

The 7th of may: Masturbation Day
Oh joy to the little men all stacked away
For this day they'll go as I promise to spray,
all for Masturbation Day !

Rubbin' my flipper and cockin' my gun
shaking my hands with the guy with one arm.
I take out my skin flute, solely to play,
all for Masturbation Day !

I'm waxing the dolphin, I'm plucking the duck
I'm freeing the Willies, I practice for fuck
I'm hanging the hamster, I'm trowing my bait
It's the rise and the fall of Peter the Great

I toss and I skeet and I wank and I play,
It's all for Masturbation Day !

I'm just spewing crude here, with my bob blaster
I'm having a session alone with the master
Today is the day where the meeting begins
between Madame Palm, Big Jim and the twins
Pleasing the turtle, supply and demand,
beating the piss out of my little friend
If my girl comes beggin', I'll tell her: 'No Way'
Today, it's Masturbation Day !

vrijdag 30 april 2010

The Fine Arts

Daar ik van opleiding officieel leerkracht ben, moet ik mij af en toe bezighouden met de opvoeding van bloglezend Vlaanderen. Bij deze.



Je kan er maar van leren, niet waar?

woensdag 28 april 2010

De wilde avonturen van Pommeke

Iedereen in Vlaanderen kent ondertussen wel Jommeke, onze enigszins katholieke en zodoende buitensporig brave held. Hij is waarlijk een voorbeeld voor allen die van zins zijn de wereld te behoeden voor de nare gevolgen van Stoute Butlers, Problemen In Exotische Landen en (zeker niet vergeten) alle mogelijke Foute Wetenschappelijke Experimenten. We zouden immers niet graag ons hele leven met een slurf of een staart willen rondlopen.

Nee, bedankt Jommeke, bedankt Jef Nys.

Maar er zijn - net zoals in de Jommeke-strips - snoodaards die het slecht hebben gemunt op onze blonde redder. In 1994 en 1995 kwamen van een onbekende auteur twee albums op de markt van 'Pommeke':

Spannende verhalen waarin de protagonist Pommeke afrekent met de koningin van Onderland in de ene strip, met de drie heksen in de andere.


Dit deed de jongen op een wel zeer pornografische manier.
You go, Pommeke!

Mooie liedjes duren nooit lang, en al snel neemt Jef Nys het op voor de integriteit van zijn creatie - en waarschijnlijk ook voor de geldsom die met de auteursrechten gepaard gaat.
Het duurde even, maar op 11 oktober 2000 bevestigde het hof van beroep te Antwerpen de inbreuk op het auteursrecht, en de hoofdbeklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht dagen met uitstel, een geldboete én een morele schadevergoeding van ongeveer € 3800.
De schavuit heeft zich echter - vreemd genoeg - nooit bekendgemaakt, dus Jefke Nys moest het dan maar stellen met de geconfisqueerde strips, zonder schadevergoeding.

Goed, er is dus blijkbaar niemand echt gestraft geweest, behalve de handelaars die hun stock moesten inleveren en er geen cent voor terugkregen - maar zij hadden dan ook maar zo geen 'vieze boekskes' moeten proberen verkopen.
Jommeke is een braaf elfjarig jongetje en dat moet zo blijven, vindt Nys. Dat maakte hij ook duidelijk in zijn testament: geen wapens, geen seks, geen geweld, geen racisme, geen vuile woorden, etc...

Daar gaat een wenkbrauw omhoog.
Geen racisme, geen vuile woorden?

Jef Nys, met een behoedzame voorliefde voor het toenmalige Vlaams Blok, durfde wel eens zéér stereotype negers of Joden neer te zetten in zijn verhaaltjes. En wat die vuile woorden betreft: is Jef Nys 'De Straalvogel' vergeten?

In dit meeslepende verhaal bouwt Jommeke samen met Filiberke een vliegtuig, de straalvogel, en vertrekken ze op avontuur met een aap als piloot: Kokobanana.


Al snel loopt alles uit de hand en besprenkelt de aap onze twee helden met olie, waardoor hun hoofden helemaal zwart worden.

Als de ouders van Jommeke hun zoon met een verrekijker in de lucht gadeslaan blijkt mama Marie als de dood te zijn voor negers.


Iedereen zal wel akkoord gaan met een schrikreactie: haar zoon lijkt per slot van rekening niet meer in het vliegtuig te zitten.
Maar zo enorm schrikken omdat het negers zijn?

Later vraagt Flip Jommeke of deze zijn straalvogel zal afbreken. Iets wat hij beter niet had gedaan: Jommeke wordt kwaad op een wel heel onorthodoxe wijze.

Arme Flip.

In de vernieuwde 'Straalvogel' overigens, is het woord kapotneuken vervangen door vernietigen, maar wij weten het ondertussen al: Vlaanderens favoriete 'tsjeefke' kan er wat van.

Jef Nys, of ge nu dood zijt of niet, ge blijft een hypocriete idioot. Een beetje zoals Dick Bruna, maar laat dat iets voor een ander blogbericht zijn.

maandag 26 april 2010

The Power of Google Translator (of hoe slechte poëzie op te kalefateren)

Een pertinente vraag:

Hoe maak ik van slechte poëzie goede poëzie? Hoe verkoop ik kwakkeldicht - zoals men op het internet zo vaak kan vinden - als echte kunst?

Een voorbeeld. Ergens op het internet vond ik onderstaand gedicht.
Ik hou van dingen die niet kunnen en al bestaan voor het begon
en dromen van een wereld die nog verder reiken kon
van spelen met de puberteit
en geloven dat ge 't waard zijt
van belevenissen verzinnen
maar er nooit echt mee beginnen
van roltrappen die tot de hemel gaan
maar nooit echt zullen bestaan
van emotionele jongens en hun praat
waar niemand, behalve ik, achter staat
van de vrouwelijke tint
die zich in een jongen bevind
zo het kantje dat niemand kent
maar waar je zelf beter thuis in bent
van stoute, kleinigheden
waar ik verder geen aandacht aan wil besteden
een fantasie die verder reiken kon
dan die waarmee ik dit gedicht begon

mocht ik ooit toch trouwen met een man
hoop ik dat hij een beetje voor mij denken kan
Want ik droom en zie alles voor mijn ogen
en zo heb ik al te vaak mezelf bedrogen

Aïe, aïe, aïe. Hoe valt dit nog te redden?

Eenvoudig: haal er Google Translator bij en vertaal het hele gedrocht naar het Chinees (kies bij voorkeur voor traditioneel).
Zwier hierna de Chinese versie nogmaals in de vertaler, om te eindigen bij een geheel nieuwe Nederlandstalige tekst vol wringend rijm, warrige zinswendingen en onbegrijpelijke metaforen.

Ik houd van dingen kan niet bestaan, en beginnen
De droomwereld en kan zelfs meer dan
Speel de puberteit
En geloven dat, denk je dat het waard Kunsten
Dat de ervaring
Maar nooit echt begonnen
Roltrap naar de hemel
Maar er zal nooit
Jongens en hun emotionele gesprek
Elke persoon die, naast mij, die achter
Man kleur
Boy staat in een
Deze, weet niemand
Maar als je thuis, maar dan meer
In vet, trivia
Ik wil nog meer vragen hebben te besteden
De Arabian Nights, schaalbare
Dan degenen die begonnen met mij dit gedicht

Hoe kan ik trouwen met een man
Ik hoop dat hij kan denken van mij een beetje
Omdat een van mijn dromen, in mijn ogen alles zien
Als ik te veel vaak me verraden

Klaar om uitgegeven te worden.
De dt-fout is er zelfs uit. Dank u, Google.

zondag 18 april 2010

Voor Simon

Het was ergens in april
wie weet er nog wanneer als
zelfs Derrick Bergman
het spoor bijster raakt
maar het is april
60 jaar nu
en op 80
sterft alles kennelijk
geef mij dus 20 jaar
om helden te gedenken




Iemand die ik nooit heb gekend
die weigerde te geloven
in het zonder zoeken vinden
van scabreuze woorden
in niet bestaande woordenboeken

koos daarom
voor blurb, waarvan één betekenis
- slechts één? -
gebrabbel is.



Met 80 per cent gerecycleerd
blijkt men niet te spreken
van dicht
enkel van dichtbij


En ik moet van je gedroomd hebben, voordat ik je kende...

maandag 12 april 2010

Culture Clash

Bijna onmogelijk om te geloven dat deze mensen het écht menen... Maar ik geloof het. 't Is Holland.



Zo'n geniale TV hebben wij in België niet.

zaterdag 10 april 2010

Qué?

Ik snap er niets van.




En ja, Nicolas, gij staat er ook ergens bij. Joren heb ik nog niet gevonden.

maandag 5 april 2010

Gestolen van Yves Desmet

Goed gezegd, Yves, nu hoef ik het niet meer te doen.

En om eerlijk te zijn, ik zou Fillip De Winter zijn naam ook niet correct schrijven. Dat u zich daar niet druk over maakt siert u een beetje.

Ps: Benno Barnard is een voorganger van Peter Verhelst. Hij gaf hetzelfde vak op het RITS.

Balthus en zijn muzen

Voor de minder aandachtige lezer: een maand geleden zat ik nog maar eens in New York. Nog maar eens, ja, want zo ben ik wel.

Echte New Yorker dat ik ben, wilde ik nog eens gratis naar het MoMA gaan op vrijdagmiddag, nog eens Pollock, Magritte en consorten zien. En alles wat ik vorige keer gemist heb.
Maar goed, ik was een beetje vergeten waar precies dat MoMA nu weer lag, en een behulpzame agent in Central Station bleek minder van zijn stad te kennen dan men kan verwachten van zo'n man, dus kwam ik uiteindelijk 30 straten te hoog uit. Zijn fout was echter wel begrijpelijk: ik stond nu aan de Museum Mile, een streepje 5th Avenue met 10 musea en een stevig pakske cultuur.
Maar toch een eindje van waar ik eigenlijk had willen zijn.

Goed dan: next best thing. Het Metropolitan, The Met zoals ze zeggen, was op die dag al even gratis als het MoMA, en naar't schijnt hebben ze daar ook 'goed gerief'.
En inderdaad, ze hadden daar goed gerief. Te veel om te zien op één middag.

Dus moest ik keuzes maken: vlug-vlug-even-doorheen-de-Griekse-en-Romeinse-afdeling-lopen om van daaruit in-snel-tempo-de-Afrikaanse-Amerikaanse-en-Oceanische-kunstzalen-te-zien, meteen gevolgd door een-heel-beknopte-kijk-op-de-abstracte-en-moderne-kunst, waardoor ik niet snel-snel-de-Aziatische-kunst-met-De-Grote-Golf-van-Hokusai kon zien, en uiteindelijk een beetje tot rust kwam aan de Europese schilderijen. En daar kwam ik het tegen.

Een schilderij dat me meteen aansprak. Niet dat het onderwerp zo interessant was, niet omdat de kleuren mij aanspraken, niet omdat het zo mooi en waarheidsgetrouw geschilderd was. Nee, het was iets anders, een dreiging die van het toch arcadische tafereel afkwam.

De zeven personages op 'Le Montagne' schijnen op het eerste zicht een familie-uitstapje op een berg te maken, maar blijken bij nader toezicht toch niet zoveel met elkaar op te hebben dan eerder gedacht. Geen enkel van hen kijkt een ander aan, de blikken zijn allemaal op een verschillend punt gericht.
Wie goed kijkt ziet dat zelfs de twee personages die in de verte naar de rotswand gekeerd staan elk met iets anders bezig zijn. En het belang dat het blonde meisje krijgt zorgt ervoor, in combinatie met haar verveelde blik, dat ze extra intrigerend wordt.

De naam van de schilder, Balthus, had ik nog nooit gehoord, maar het was een naam die ik ging onthouden. Iemand die mij van een eerste schilderij al zo kan aanspreken, verdient mijn aandacht.

Meteen naast het eerste schilderij hing nog eentje van hem: het slapende meisje van op het vorige doek - Thérèse - zat nu in een informele houding op een stoel. En opnieuw die blik: een blik van verveling, een lichte verontwaardiging, een minuscule toorn.
Balthus ging mij aanstaan, besloot ik toen. Want zulke dingen besluit ik al na twee schilderijen.

Het was toch eventjes schrikken in de volgende zaal. Er hing nog een schilderij van de man, opnieuw met die Thérèse. Deze keer lag het meisje dromerig, maar niet slapend, in een stoel. In een toch vrij seksuele positie. De combinatie van dreiging en onschuld was hier nu volledig omgeslagen in de botsing tussen seksualiteit en onschuld.
Zeer vreemd.

Terug in het appartement aangekomen zocht ik dan maar op wat voor schilderijen die Balthus nog allemaal gemaakt heeft, en het blijkt maar een vies ventje te zijn, een heel vies ventje met een beetje te veel aandacht voor het naakte lichaam van 12/13-jarige meisjes.
Na het zien van al die werken zou zelfs Regi van Milk Inc. (of Ziggy uit Zeetongen en Bakvissen, enfin, u begrijpt wat ik bedoel), zelfs de meest simpele mens zou de pedofiel in Balthus al herkennen.

En toch, en toch. Zijn schilderijen raken wel. Met 'Le Montagne' of zelfs met kleinere werkjes slaagt Balthus erin mij te intrigeren. En met mij ook veel anderen, of zijn werken zouden niet in The Met hangen.

"The quickest way to become famous during the 1930s was by causing a scandal."
De man kan zijn seksuele werken dan wel trachten te verklaren met een excuus, feit blijft dat hij een ongezonde interesse had voor jonge meisjes.

De man is niet alleen, er zijn genoeg vieze ventjes met talentjes. Dan gaat het niet om de vermeende pedo/King of Pop, of om Roman Polanski, of - dichter bij huis - Gie Laenen, hun kunsten hebben niets met hun perversies te maken.
Wat vreemder is, is het grote aantal kunstenaars wiens kunst bijna rechtstreeks voortvloeit uit hun parafilieën.

Joaquín Sorolla, bijvoorbeeld. Goedpraters poneren dat de pedo-psychose van vandaag in de 19de eeuw nog niet bestond, en dat de portrettering van naakte jongetjes puur esthetisch was, niets te maken had met seksualiteit.
Bij Henry Scott Tuke wil ik nog twijfelen.

Bij onderstaande werken van Sorolla geloof ik er niet meer in.


















De inspiratie van deze schilder komt duidelijk van het naakte jongens-lichaam.





Is dat op zich erg? Doen ze er iets mee mis? Voor zover geweten is niet, maar wat weten wij?

Als de schrijver van schitterende, fantasierijke nonsensboeken als Alice's Adventures in Wonderland en Through the Looking-Glass and What Alice Found There nogal veel omging met een zeker 6-jarig meisje, genaamd Alice, tot in 1863 het dan elfjarige meisje en haar ouders plots alle banden met hem braken, kunnen wij toch maar weinig anders aannemen dan dat hun relatie allesbehalve gezond was?
De dagboeken van Lewis Caroll tussen 1858 en 1862 zijn overigens verdwenen, sommigen beweren vernietigd. Daar moet toch ook een reden voor zijn?

Maar opnieuw: dat doet niets af aan de genialiteit van zijn boeken. Het geeft alleen een nogal wrang gevoel.

Misschien is dit het moment voor mij om duidelijk te maken hoe ik vind dat een kunstenaar los moet worden gezien van zijn werk, hoe een werk een eigen waarde krijgt die met de kunstenaar weinig of niets meer te maken heeft.
Een muzikant is niets als hij geen muziek maakt, een acteur is niet meer dan een instrument voor het maken van een film of toneelstuk, een beeldhouwer moet zich na zijn laatste beeldhouwwerk met het volgende bezighouden. Het wordt wat moeilijker als we praten over de Fluxus- en performancekunstenaars, maar goed...

Het moest maar eens gedaan zijn met die idolatrie.

zondag 28 maart 2010

Reporters kunnen ook idioten zijn, meneer

Ik ga er niet veel woorden aan vuilmaken.

Het volgende artikel op de site van De Morgen heb ik niet uitgelezen, ik heb het opgegeven in de derde paragraaf, toen ze spraken over "het fictionele Zuidoost-Aziatische eiland Palau".

Fictioneel?

Misschien moet Christian van Thillo nog wat meer mensen ontslaan en goedkope sukkels aannemen. En Roland Meeus, ik verwacht van een 36-jarige wat meer geografische kennis.

edit: het spel speelt zich blijkbaar af in Panau ipv Palau. Panau is inderdaad fictioneel, Palau niet.

maandag 22 maart 2010

One-T/Cool-T (Or How Beuys Learned To Stop Worrying and Met Some French Hip Hop Cartoon Characters)

Hoppa, daar gaan we weer: opnieuw een openbaring.

Zoals in een vorige post reeds gezegd: ik ken niet veel van hip hop, maar af en toe ontdek ik iets dat me aanspreekt.
Zoals bijvoorbeeld de muziek van Gorillaz mij meteen aansprak.
Of zoals ook The Magic Key van One-T.



Waarom bevalt dit nummer mij zo? Komt het door het mooie speelse clipje misschien? Door de 'opgehipte' tune van Má Hra (een nummer van de Tsjechische band Blue Effect)? De toch wel f****** goed geschreven teksten?
Ja, ok, dat allemaal wel... Maar in de eerste plaats door de zanger. One-T is een 13-jarige jongen. Als je als dertienjarige zoiets kan schrijven, dan heb je talent, en dan verdien je het om gelauwerd en geprezen en met alle bitches from da hood overstelpt te worden.

Maar goed. Vandaag, zo'n flinke 7 jaar later, luister ik nog eens naar het nummer. En nu ben ik zo'n last.fm'er, zo eentje die eindelijk wat te weten komt over de artiesten waar hij naar luistert - en wat ontdek ik daar op de last.fm-pagina van One-T?
Net zoals voornoemde Gorillaz, is One-T fictief - en met hem zijn hele crew. One-T is een getekend figuurtje ontsproten aan het brein van een Fransman met de naam Eddy, het hele verhaal uit The Magic Key maakt deel uit van het One-T/Cool-T-universum...

Mooi.
Was ik daar nu even 7 jaar lang over mis.

Maar zijn de teksten daardoor slechter, nu ze geschreven zijn door een 'gewone volwassene'? Natuurlijk niet. Het was alleen even een schok.

Om van die schok te bekomen zocht ik dan maar even op wie die Thomas Pieds - de eigenlijke schrijver van The Magic Key - dan wél is. Frans is nooit mijn lievelingstaal geweest, dus véél van wat ik over de man heb gevonden heb ik niet begrepen, maar gelukkig is er nog de universele taal van Facebook.

Thomas Pieds heeft een profiel, en dat niet alleen, hij heeft ook een profielfoto.
Eentje met daarop een gesigneerde single van Sonne Statt Reagan, het klungelige - maar daarom niet minder geniale - protestlied van Joseph Beuys tegen Ronald Reagan.

Hoe toevallig kan toeval zijn? Betekent dit dat die Thomas Pieds mijn nieuwe beste vriend wordt, mijn held, mijn God? Iemand die een gesigneerde single van Beuys als profielfoto heeft, verdient toch niets anders dan respect?
Waarom stel ik zelfs nog de vraag?
Iemand die een gesigneerde single van Beuys als profielfoto heeft, verdient niets anders dan respect. In het vet, jawel. En doe er maar een uitroepteken bij!

En als u nu zegt: "Ja, maar, goede songteksten schrijven en Sonne Statt Reagan kennen, dat heeft toch niets met elkaar te maken", dan kan ik alleen nog met Beuys riposteren...



I don't have to make sense...

vrijdag 19 maart 2010

Gert Geyens?

Goran Bregović lijkt toch verdacht veel op Bert Beyens...














Maar of dat nu enige betekenis heeft?

dinsdag 16 maart 2010

Vuile Koerden

"Koerden slopen pitazaak", zo stond het maandag 8 maart in De Standaard. En lang leve de moderniteit: op het internet is het artikel ook terug te vinden.

Vuile Koerden, denk ik dan. 't Was te denken, denk ik dan. Want hoe moet een mens anders denken, met zo'n krantenkop?

Vuile Koerden.

Recht op betogen hebben we allemaal, da's nu eenmaal democratie. Maar een pitazaak slopen? Vuile, smerige Koerden.

Er staan 3 foto's bij, in die krant.
De eerste foto toont hoe de Koerden de pitazaak werkelijk overrompelen, en hoe een jonge Turk de zaak probeert te bekoelen. Het ziet er een meegaande, vriendelijke jongen uit, beredeneerd en met idealen.
Op de tweede foto lijken zijn bemiddelingen weinig succes te hebben, de Koerden trekken en sleuren en kleden hem bijna uit.
De derde foto toont hoe de ondertussen half ontblote jongeman beschermd wordt door een tweede Turk. De Koerden protesteren heftig verder.

En pas later slopen ze de pitazaak. Dat móet wel later zijn. Op de foto's lijkt de bar immers in geen enkel opzicht verwoest.

Het zal wel een zeer Koerd-vriendelijke fotograaf geweest zijn dan, als die geen foto's heeft willen trekken van de Koerden tijdens hun 'rampage', zelfs niet achteraf. Een fotootje van de verwoeste pitazaak was wel overtuigend geweest. Maar we kunnen De Standaard toch vertrouwen? Het staat in de krantenkop, meer overtuiging heeft een mens toch niet nodig?

Gesloopt is gesloopt.

Vuile Koerden.

zondag 14 maart 2010

Happy Pi Day !

Bij deze wil ik graag mijn 3 lezers een verkwikkende pi-herdenkingsdag toewensen. Laat het een feestdag worden vol heerlijk afgeronde figuren en spannende wiskundige berekeningen.

Neem vandaag even de tijd om deze heilige constante te herdenken in al zijn waardigheid (en vraag eventueel hulp aan Wikipedia):

3,14159 26535 89793 23846 26433 83279 50288 41971 69399 37510
58209 74944 59230 78164 06286 20899 86280 34825 34211 70679
82148 08651 32823 06647 09384 46095 50582 23172 53594 08128
48111 74502 84102 70193 85211 05559 64462 29489 54930 38196
44288 10975 66593 34461 28475 64823 37867 83165 27120 19091

45648 56692 34603 48610 45432 66482 13393 60726 02491 41273
72458 70066 06315 58817 48815 20920 96282 92540 91715 36436
78925 90360 01133 05305 48820 46652 13841 46951 94151 16094
33057 27036 57595 91953 09218 61173 81932 61179 31051 18548
07446 23799 62749 56735 18857 52724 89122 79381 83011 94912

98336 73362 44065 66430 86021 39494 63952 24737 19070 21798
60943 70277 05392 17176 29317 67523 84674 81846 76694 05132
00056 81271 45263 56082 77857 71342 75778 96091 73637 17872
14684 40901 22495 34301 46549 58537 10507 92279 68925 89235
42019 95611 21290 21960 86403 44181 59813 62977 47713 09960

51870 72113 49999 99837 29780 49951 05973 17328 16096 31859
50244 59455 34690 83026 42522 30825 33446 85035 26193 11881
71010 00313 78387 52886 58753 32083 81420 61717 76691 47303
59825 34904 28755 46873 11595 62863 88235 37875 93751 95778
18577 80532 17122 68066 13001 92787 66111 95909 21642 01989


Maak vandaag van het getal pi (geen idee trouwens hoe ik de Griekse variant hier op blogspot zou moeten neerschrijven) een mantra, lees het in zijn volledigheid hardop voor terwijl u zich aan de huishoudelijke taken wijdt.

En weet dat zelfs de jarige Einstein uw mantra zal begeleiden met zijn eigen versie van het Happy Birthday Pi-lied.


't Is feest, 't is feest.

maandag 8 maart 2010

Avatar sucks

James Cameron heeft gekregen wat hij verdient, en geen enkele Times-journalist hoeft daar een uitleg aan te geven.

En nee, ik heb geen zin om te argumenteren.

donderdag 25 februari 2010

For Shame

Als ge al een keer gevlogen hebt bij American Airlines, en ongetwijfeld ook bij andere luchtvaartmaatschappijen, dan weet ge het wel. Op het einde van uw reis, net voor ge gaat landen, komen de stewardessen en stewards rond met een blauwe zak, alwaar ge gezwind uw laatste centen in kunt gooien. Allemaal voor Het Goede Doel uiteraard, in mijn verhaal Unicef.
Makkelijk, dan moeten we niet meer wisselen of tot het einde der tijden rondlopen met geld uit den vreemde. Plus: we kunnen ons hoogsteigen altruïstisch waanbeeld voeden. Het is menslievend én makkelijk, hoe kan een normale mens nee zeggen?

Voor sommige mensen, waaronder vanzelfsprekend ook Yours Truly, is het blijkbaar toch nog niet zo gemakkelijk. Van zodra de meest Nederlands sprekende stewardess had laten weten "that you can donate your spare change to Unicef by throwing it in the blue bag", was ik op zoek in mijn broekzak naar mijn laatste dollarcentjes.
Niet omdat ik zo'n goedaardige gever ben, vooral omdat ik mijn dollars kwijt wil, daar wil ik wel eerlijk in zijn.

Ik vond niets meer, en mijn portefeuille zat waarschijnlijk ergens onderaan mijn rugzak, dus goed, laat maar zitten...
De stewardessen waren al lustig heen en weer aan het lopen met grote zakken, als ik mij plots herinnerde dat mijn portefeuille eigenlijk gewoon op de lege stoel naast mij lag. Zalig.

Ik pak mijn laatste centjes - het kan niet veel geweest zijn, zo'n 50 dollarcent in totaal, denk ik - en ik ben klaar om nog snel mijn goede daad te doen. Als er al een God is, zijn we in het vliegtuig waarschijnlijk al dichter bij hem, dus is een vliegreis hét uitgesproken moment om ons onbaatzuchtig voor te doen.
Ge weet maar nooit.

En daar is ze, de vrouw met de zak. Naast mij opent ze het blauwachtige ding, en ik gooi het weinige geld dat ik nog had erin.
De reactie van Miss Flight Attendant kwam nogal onverwacht:

"That wasn't your donation for Unicef, was it?"

Shit, dacht ik, shit. Was het nu zo weinig? Moet ik die 10 euro ook geven? Ik kan er toch niet aan doen dat ik niet wat meer dollars zitten heb? Of had ik die laatste hamburger beter niet gekocht?
Ik kon geen enkel antwoord verzinnen, dus stamelde maar een beetje een nerveuze ja.

"Oh boy, this is the bag for the trash..."

De stewardess geeft mij de meelevende blik van de kleuterjuf aan wie ik als 5-jarige vertelde dat ik daarnet de verkeerde klas was binnengestapt - ge kent dat wel - en achter mij begint een duo Franstalige studenten luidkeels te lachen.
Ikzelf weet niet goed wat te doen.
Eigenlijk had ik er het kleingeld liefst terug uitgevist om het in de juiste zak te deponeren, maar de stewardess met de barmhartige blik draaide zich om en liep verder, ongetwijfeld klaar met een verhaal voor haar collega's.

And who can blame her?

maandag 22 februari 2010

New York Beatles

De New York Ondergrondse kent vele artiesten. Buiten de zwervende bedelaars en skaters uit the Bronx - ik verdenk ze er nog steeds van stuk voor stuk performancekunstenaars te zijn - zijn er natuurlijk ook de muzikanten.

Van alle soorten. Goede en slechte.

Neem nu gisteren. Of eergisteren, het hangt er vanaf waar u dit bericht leest. 't Was avond, we zaten op de metro, we hadden honger. Dan stapt een mens af om een KFC te zoeken aan Times Square, overigens één van de lelijkste en meest mensonterende plaatsen in heel New York, for your information. En dan kan diezelfde mens op die bewuste avond al van ver iets van The Beatles horen spelen, 'Good Day Sunshine' zelfs - een nummer op 'Revolver', waarvan een intelligent mens uitdrukkingen als 'Ok' en 'Da valt nog mee' zou bij denken.

Nu, het station van Times Square is één van die grote stations, of wat dacht u anders? Er is dus plaats genoeg, en sommigen nemen daar gretig gebruik van. Onze goede vrienden de Beatles-coveraars, bijvoorbeeld, waren met zo'n vijftien.
Waaronder minstens 4 lead guitars, elk afgestemd op één akkoord.

Bwah...

Hoewel?

Waarom ook niet, dacht deze jongen na een halve seconde al, wat maakt het uit of ze goede artiesten zijn of niet, ze brengen gewoon muziek op een simpele manier, en het klinkt niet slecht. Daarbovenop zingen ze een nummer dat wel 'ok' is, voor hetzelfde geld hadden ze 'Ob-La-Di, Ob-La-fucking-Da' gebracht, en we weten allemaal wat voor een shitty song dat is.
Nu ik het even opzoek blijkt onze bebrilde vriend er trouwens dezelfde mening op na te houden.

Maar goed, om terug te keren op ons spannende verhaal: ik was wel bereid die 15 rakkers daar onder Times Square het voordeel van de twijfel te gunnen.

't Duurde een halve minuut, dat voordeel van de twijfel.
Daar was het. The shitty song.
Sukkels.

Ik stond nochtans klaar met een volle dollar, wat voor mij een hotdog minder zou betekenen, maar ik had het voor hen over. Als ze de dollar maar eerlijk verdeelden.
Nu konden ze het vergeten.

Niet dat ze er last van hadden, oh nee. Ze speelden lustig voort, aangemoedigd door een grote menigte simpele idioten, die blijkbaar alleen de slechtste nummers van The Beatles kenden - en ja, u vergist u niet, het zijn die nummers die iedereen kent.

Terwijl ik slecht gezind verder liep, vroeg ik me af waarom de meest simpele en ongeïnspireerde dingen het meest succes kennen in onze wereld?
We zouden moeten streven naar een meer doordachte cultuur, naar iets meer waardevol vermaak, kortom, naar meer kwaliteit.

Maar ondertussen blijven mensen luisteren naar Milk Inc.
De hele wereld kiest er nog altijd voor om naar Avatar te gaan kijken.
En nummers als 'Ob-La-Di, Ob-La-Da' worden nog steeds luidkeels meegezongen.

Des goûts et des couleurs...

vrijdag 19 februari 2010

My Life In New York

Welcome to my place...










This is where I sleep















This is where I eat










This is where I watch TV









This is where I sit and wait
and where I might pro-
crastinate











This is where I pee

















And this is where I masturbate










Welcome to my place.

vrijdag 12 februari 2010

Oh! Baby's!

Tijd voor een echt flauwe post.

Ze doen mij niets, die baby's. Niets. Soms zijn ze grappig, soms kakken en wenen ze erop los. Niet dat mij dat veel stoort, neen, maar over het algemeen worden mensen ingedeeld in twee groepen: de groep van babyhaters en de groep van babyfanaten.

De babyhaters zijn dan meestal mannen die vinden dat baby's stinken, saai zijn en vooral veel aandacht vragen, hoe lief en onschuldig ze ook mogen kijken.
De babyfanaten zijn meestal vrouwen, en zij vinden die kleine baby'tjes dan superschattig, ook al kotsen ze je schouder onder.

Hoewel mensen mij soms van babyhaat durven verdenken, hoor ik eigenlijk bij geen van beide voornoemde groepen. Pampers verversen is iets wat bij mij het best op enkele kilometers afstand gebeurt, maar dat betekent niet dat ik daarom vind dat alle baby's überhaupt stinken. Ik kan met een baby op mijn schoot zitten en dat kind entertainen, maar dat wil daarom nog niet zeggen dat ik hem met plezier zal troosten als hij om onverklaarbare reden begint te wenen.

Waar ik wel fel tegenstander van ben, en dat zal ik waarschijnlijk mijn hele leven blijven, is van de mythe dat alle filmpjes van baby's en jonge kinderen fantastisch zijn om naar te kijken. Youtube staat volgekwakt met afgrijselijke babyfilmpjes, van kleine Charlie die zijn grote broer bijt, tot Justin, die alleen van zijn mama houdt als hij koekjes krijgt. Die filmpjes zijn niet per definitie interessant, al lijken mama en papa (en de hele familie) daar anders over te denken.
Maar goed, ik sta in mijn mening waarschijnlijk lijnrecht tegenover miljoenen simpele/stokoude/moederlijke Tube-surfers, dus wordt het tijd voor een toegeving.

Bij deze de Top 3 van tóch grappige babyfilmpjes.

Op nummer drie staat een gewoontje, een simpeltje, want wij beginnen rustig, zo zijn we wel.



Ik ga hier niet poneren dit kind overduidelijk een meisje is, zo'n Neanderthaler ben ik niet. Het woord 'archetype' zal ik vandaag dus niet in de mond nemen.

Eentje die mij toch kan opbeuren als ik me wat slechter voel:



Gelukkig is er de lachband, of we zouden niet weten wanneer we moeten lachen en wanneer niet.

Maar de laatste is pas echt mijn favoriet. En dat betekent iets, want - zoals hierboven vermeld - ik ben normaal gezien radicaal tégen familiefilmpjes met baby's. Deze is echter briljant.
Die gast hier gaat later een ware superschurk worden, het kan niet anders. Let op zijn blik in de camera! Let op de manier waarop hij zijn drankbeker lijkt te hypnotiseren! Let op zijn kwaadaardige lach!



Hè, hè. Ben er van af. Heb mij even verlaagd tot het niveau van hoogmoedige moeders, vermaledijde vaders en goedkope TV, maar nu is 't gedaan.

Tijd om er weer mee te lachen...



En de kindjes te pesten...

dinsdag 9 februari 2010

Broer

Dezelfde woorden
zelfde zinnen
zelfs de vragen

En ik kan niets niets anders
dan luisteren en knikken
en pogen te herinneren
wat ik eerder zelf nog zei

geslagen verslagen
zal ik wonden likken
want ben ik het die het zei
- zij het dan indirect -
in ver vervlogen dagen
al wat hij nu zegt.

Zijn de zeges nederlagen
als de woorden zinnen vragen
(niet langer meer van mij
maar toch net zo gebekt)
terug worden geslagen?
Al mijn woorden
heeft hij gestolen.

Hij snoert mij wapent zich
met wat ooit mijn was.
En jammer, tegen spiegelglas
valt niet te riposteren.
Ik zal het nooit niet leren.
Zwijg, onnozelaar.

zaterdag 6 februari 2010

Excuses en Voornemens

Ik wens mij hierbij te excuseren. Tegenover iedereen die de trein neemt.

Het is nu al 3 jaar dat ik mij stoor aan die klagers: al die gehaaste kostuums, al die kwade gezichten, al dat gezaag en geklaag. Over treinen die niet op tijd zouden rijden. Treinen die altijd te laat zijn. Treinen die gewoon niet afkomen. Treinen die vol zijn.

Toegegeven, die volle treinen zijn misschien wel een beetje lastig... Een beetje. Maar toch: geeft het dat we eens een half uurtje of een uurtje dicht bij elkaar zitten of staan? Iedereen leest zijn Metro, zijn Aspe of zijn cursus Sociologie, en niemand stoort zich aan elkaar. Hebben we echt zoveel comfort nodig, dat we allemaal – voor die tijd dat we op de trein zitten – een zachte stoel moeten hebben en vooral géén andere mensen te dicht in de buurt?

Jongens toch, als jullie zo hunkeren naar meer comfort, koop dan een ticket eerste klas. Dan kan je wel zeker op drie plaatsen afstand zitten van het volgende zweterig en arrogant zwijn. Het zal iets met de gigantische ego's te maken hebben die meer plaats innemen.

Maar dat is niet waar ik mij voor wens te excuseren. Nee, het gaat over die treinen met vertraging.

Ik heb daar blijkbaar geen last van. Mijn treinen zijn altijd netjes op tijd – naast de aanvaardbare 3 à 5 minuten vertraging, uiteraard – en áls ze dan eens te laat komen, dan is dat meestal nét op die dag dat ik mijn tram heb gemist, of te traag heb gefietst. Het zit blijkbaar goed, met dat karma van me. Mooi.

Een hele tijd dacht ik dat het door de verzuring kwam, al dat geklaag over die vermeende late treinen, tot ik in een rapport las dat er gemiddeld echt wel een flink aantal - vraag me niet meer hoeveel - te laat toekomen aan het station. En dat heeft me aan het denken gezet.

Misschien ligt het echt wel aan mijn karma. Of misschien is er echt wel een god die het goed met mij voor heeft. Of ziet de NMBS mij gewoon doodgraag - ik ga ze er niet voor doodschieten.

Vandaar ook mijn excuses. Aan iedereen: Het spijt mij dat de treinen alleen op tijd rijden als ik ermee naar Brussel moet.

En het spijt mij dat ze te laat zijn als ik te laat op het perron arriveer.

Ik zal proberen in het vervolg altijd vóór 8u57 aanwezig te zijn op perron 10. Dan kan op zijn minst díe lading reizigers al op tijd vertrekken.

zondag 31 januari 2010

De Tocht van de Penis

Er bestaan geslaagde en minder geslaagde voorlichtingsfilmpjes. Deze is geniaal.



Anders deze?

vrijdag 29 januari 2010

Benefiet Haïti

Serieus.

Was het nu echt nodig om de benefietsingle ten voordele van Haïti zo te doen lijken op de versie van Jeff Buckley?

Komaan, zeg. Doe eens moeite.

woensdag 27 januari 2010

Adelaide

Aan iedereen die deze woorden leest of hoort,



Ik heb de Joden nooit gehaat. Ik ben nooit van mening geweest dat de Joden uitgeroeid moesten worden, ik heb mij daar zelfs nooit iets van aangetrokken. Maar die constante haat tegenover mij voor wat ik heb gedaan, het voortdurende pesten, de blikken, de woorden, de stenen tegen de ruiten, het is mij genoeg geweest. Ik verdien
niet dezelfde behandeling als al die anderen, ik ben geen Jodenhater. De reden waarom ik dat smerig zwijn heb aangegeven bij de Duitsers, is volledig gegrond en heeft niets met antisemitisme te maken.

Het was zijn schuld, dat mijn vrouw mij verlaten heeft. Hij heeft haar verleid, hij heeft haar wijsgemaakt dat ze ongelukkig was bij mij, terwijl we het eigenlijk zeer goed hadden samen. Ik zag haar graag, en zij mij.
Jullie weten immers allen nog wel heel goed hoe geliefd zij was bij de mannen uit het dorp, en hoe ze voor mij, en alleen voor mij gekozen heeft.

Sommigen onder jullie fluisterden ook hoe ongelukkig mijn Adelaide wel niet was, aangezien ze zo graag kinderen wilde, en ik dat niet wilde toestaan. Wij hebben daar lang over gediscussieerd, maar uiteindelijk heeft ze zich neergelegd bij mijn keuze, wat geliefden nu eenmaal soms moeten doen voor elkander.

Ik weet dat Adelaide mij graag zag, en daarom kwam het zo hard aan toen ik haar afscheidsbriefje las. Ze schreef dat ze niet meer van me hield, dat ze het niet meer uithield bij mij, maar ik weet wel beter. Het is wat jullie, de buurtbewoners, met die Jood voorop, haar hadden wijsgemaakt, en zij geloofde jullie, hoewel ze, als ze er over zou hebben nagedacht, wel heel goed wist hoe goed wij bij elkaar pasten, en hoe goed ik voor haar zorgde.

Als ze wat langer zou hebben stilgestaan bij haar beslissing, als jullie haar kop niet zo zot zouden hebben gemaakt met jullie laster, dan zou ze zich vast wel herinnerd hebben hoe ik, toen zij zich thuis eenzaam voelde als ik overdag uit werken ging, die radio voor haar had gekocht. Of hoe ik elke zondagnamiddag met haar mee ging naar het park, waar ze zo graag wandelde. Op zulke zaken legden jullie geen aandacht, maar die betekenden toch iets voor mij en Adelaide, die maakten toch duidelijk hoeveel ik van haar hield.

Ik heb zo lang gezocht, zo lang op haar gewacht, maar ik kon haar niet vinden. Ik ben er stellig van overtuigd dat, als ze had geweten hoe hard ik haar miste, ze naar mij zou zijn teruggekeerd. Waarschijnlijk durfde ze niet, uit schaamtegevoel omdat ze zo plots verdwenen was. Maar ik zou het haar vergeven hebben, zelfs nu nog, omdat ik haar zo graag zie. Ik hoop dat ze deze brief ooit leest, dat ze deze woorden ooit hoort, en dat ze dan aan mij zal terugdenken als aan een liefhebbende man, die jarenlang voor haar heeft gezorgd, en die haar al haar fouten vergeven heeft.

Want ze heeft een aantal fouten gemaakt. Ik neem het haar niet meer kwalijk, in al haar rechtschapenheid was ze nu eenmaal een beetje goedgelovig, en sommige mensen hebben hiervan misbruik gemaakt. Daarom is het nu tijd geworden dat iedereen te horen krijgt wat er is gebeurd, en wat de redenen zijn voor mijn handelen.

Het waren jullie, de mensen uit onze eigen buurt, die mij zelf kwamen vertellen dat die Jood van de kruidenier overdag soms bij mijn vrouw over de vloer kwam, terwijl ik uit werken was. Dat deed pijn, maar ik vertrouwde mijn vrouw en wist dat ze geen verkeerde dingen ging doen. Toen ik haar daarover aansprak, zwoer ze mij dat hij alleen wat werk in de tuin verrichtte, en dat was voor mij genoeg. Zeker toen ze mij
beloofde hem niet meer binnen te laten als ik weg was.

Toen was het mij duidelijk geworden hoe onbetrouwbaar die Jood wel niet was, iets waar ik vijf jaar later nogmaals met mijn neus op zou worden gedrukt, toen de Grote Oorlog net begonnen was. Ik kan het me heel goed herinneren, het was de nacht van 13 op 14 oktober, en er was een Duits bombardement. In het midden van de nacht zijn we naar hun kelder moeten lopen om te schuilen.

Het hele bombardement lang heb ik hem naar mijn vrouw zien loeren, de hele nacht lang heb ik haar dicht tegen me aan getrokken, maar die schaamteloze vuilak heeft zijn ogen geen moment van mijn vrouw gehouden.
Hoe ik mezelf toen heb vervloekt dat ik haar eerst geen kleren boven haar slaapkleed heb laten aantrekken, voor we bij die verderfelijke mensen gingen schuilen.

Ik weet dat, als Adelaide toen zijn starende blik had opgemerkt, ze nooit meer met die man zou gepraat hebben, wat jullie allemaal ook mogen denken. Ze zou ook geen inkopen meer gedaan hebben in zijn kruidenierswinkel, en het contact met hem zou volledig verbroken geweest zijn. Eigenlijk had ik haar toen moeten verbieden nog met hem te praten, en ik weet niet waarom ik dat niet heb gedaan. Dan zou ze na de oorlog niet van me weggegaan zijn.

Niet zomaar weggegaan, maar met die Jood, die dan ook zijn eigen vrouw verlaten heeft. Jullie weten allemaal hoe lang ik naar mijn Adelaide heb gezocht, jullie weten dus ook hoe hard ik haar miste, hoezeer het me pijn deed. Pijn, niet alleen van het gemis, maar ook van de haat tegenover die ene Jood, die met mijn vrouw was gaan lopen.

Toch veroordelen jullie mij, omdat ik de wraak heb genomen waar ik recht op had. Als jullie een beetje begripvoller waren geweest voor mijn situatie, en als jullie die zielige Joodse hond niet zomaar terug hadden aanvaard toen die ineens, na zes maanden afwezigheid, terug naar huis keerde, dan was het allemaal misschien niet gebeurd. Maar jullie negeerden mijn verdriet, beschuldigden mij er zelfs van Adelaide in de armen van een ander te hebben gejaagd. Maar was mijn overspelige buur niet teruggekeerd omdat het met Adelaide ook niet lukte, vermoedelijk omdat ze begrepen had hoe ze het bij mij veel beter had gehad?

Jullie weigerden hem te verwerpen, jullie bleven met hem praten, bleven naar zijn winkel komen. Ik voelde me door hem én door jullie vernederd, maar het kon jullie niet deren. Mijn haat voor hem groeide, meer nog toen hij beweerde mij niet te kunnen vertellen waar mijn vrouw toen verbleef. Het plezierde mij echter wel de ruzies tussen hem en zijn vrouw te horen, maar na een tijd had zelfs zij het hem blijkbaar al vergeven.

Twintig lange jaren heb ik hem met alle mogelijke manieren proberen wegpesten, maar telkens weer keerde iedereen zich tegen mij. Die twintig jaren waren afschuwelijk, elke dag kroop trager voorbij. Het enige dat me al die tijd heeft rechtgehouden was het succes van mijn fabriek, en de stille hoop dat Adelaide op een dag naar mij terug zou komen.

Als hij zich bij mij zou hebben verontschuldigd voor wat er was gebeurd, zou ik het nooit gedaan hebben.
Waarschijnlijk had ik het ook nooit gedaan als er gewoon iemand naar mij was gekomen om mij te helpen, met mij te praten over hoe ik mij voelde. Maar niemand leek met mijn leed begaan, mijn onbetrouwbare buurman had opnieuw het vertrouwen van de hele buurt gewonnen.

En dat is de reden waarom ik hem jaren later bij de Duitsers heb verraden, omdat niemand zich iets aantrok van hoe ik mij voelde, omdat iedereen hem gewoon terug aanvaardde in onze buurt, terwijl ik mijn Adelaide, die mij zo graag zag, kwijt was. Daarom achtte ik het rechtvaardig hem te laten deporteren. Eventjes heb ik spijt gevoeld voor zijn vrouw, maar wie haar ontrouwe man zomaar weer in huis neemt, verdient ook niet beter.

Toen ik de vijf jaar gevangenisstraf, die ik na de oorlog kreeg, volledig had uitgezeten, bleek echter dat niemand goed begrepen had waarom ik had gedaan wat ik had gedaan. Ze noemden mij een Jodenhater, terwijl ik helemaal niet uit Jodenhaat had gehandeld, maar uit een gevoel van rechtvaardigheid, om wraak te nemen op het onrecht dat mij werd aangedaan. De laatste drie jaar hebben jullie mij naar het einde gedreven, mijn fabriek is failliet gegaan, en ik kreeg, zelfs na de gevangenisstraf, nergens het respect dat ik eigenlijk wel nog altijd verdiende.

Ik hoop met deze brief duidelijk gemaakt te hebben aan iedereen waarom ik tijdens de oorlog zo gehandeld heb, en waarom jullie minachting tegenover mij ongegrond is. Ik hoop dat het nu duidelijk is geworden voor iedereen hoe het uit liefde voor mijn vrouw was, dat ik mijn buurman aangegeven heb. En ik hoop dat Adelaide deze woorden ooit leest of hoort, en dat ze spijt krijgt dat ze nooit bij mij terug is gekomen. Want ik heb rechtvaardig gehandeld, ik heb niets verkeerd gedaan.

Mijn geweten is zuiver, ik kan met een gerust hart deze wereld verlaten.



Vaarwel,
Theo van Hoorsele