Posts tonen met het label Ergernis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ergernis. Alle posts tonen

vrijdag 20 mei 2011

Zorgen

Iedereen heeft een eigen manier van werken. Iedereen. Als er een taak te schrijven valt, zal de één er meteen invliegen terwijl een ander maar traag op gang komt, nog iemand anders zal alles uitstellen tot op het laatste moment. Ik hoor bij die laatste groep.

Niet dat dat speciaal is. Nee, we zijn met veel, wij procrastinaten. We houden ons niet meteen bezig met die opdrachten. Nee, we verleiden onszelf liever met minder verplichte en dus leukere activiteiten, zoals naar een filmpje kijken, patience spelen of gewoon een goed uurtje slapen.
Maar waarom maken we het ons allemaal zo verschrikkelijk moeilijk? Elke keer opnieuw moet ik toegeven dat ik beter wat vroeger was begonnen, en elke keer opnieuw beloof ik mijzelf tijdens het schrijven dat ik alles volgende keer niet meer zo zal uitstellen, en elke keer opnieuw weet ik zelf goed genoeg dat die plannen al even geloofwaardig zijn als het gemiddelde voornemen op Nieuwjaar.

Hoe het komt dat de meeste mensen in deze vicieuze cirkel vast blijven zitten, weet ik niet. Het is gemakkelijk die mensen als lui te bestempelen, maar voor mij gaat het zeker om meer dan dat. Voor mij gaat het om opvoeding. Ik voed mezelf verkeerd op.

Het gaat er bij mij om hoeveel zorgen ik mij maak voor een taak. Hoe groter de taak, hoe meer zorgen, dat is logisch. Maar ik ben iemand die zich eigenlijk nauwelijks zorgen maakt. Zelfs als ik inschat hoeveel tijd ik zou nodig hebben om bijvoorbeeld een essay te herschrijven, en ik dan nog net die tijd heb vóór de deadline, maak ik me nog niet genoeg zorgen om er aan te beginnen.
Nee, ik lieg mezelf voor dat ik de volgende dag veel beter zal werken, als ik mij vandaag eens lekker ontspan. Of dat ik in de namiddag sowieso actiever ben. Of dat ik wel nog vijf minuutjes gitaar kan spelen. En voor ik het goed weet, is het avond en ga ik met een vrij gerust gemoed slapen. Ik lig er niet van wakker, want ik weet zeker dat het morgen wél lukt.

Pas als de deadline echt gevaarlijk dicht in de buurt komt, word ik ongerust. Dan begin ik te panikeren, slaap ik bijna niet en durf ik overdag niet meer te pauzeren. Dan schrijf ik en schrijf ik en ben ik net op tijd klaar - en hier zit het probleem. Mijn werk is dan nooit perfect, maar toch goed voor de tijd die ik er uiteindelijk heb ingestopt. Ik ben op een vreemde manier tevreden met iets wat eigenlijk beter had kunnen zijn. In plaats van het mij te beklagen dat ik er niet meer tijd in had gestopt, voel ik een misplaatste trots. Trots over die korte tijdsspanne waarin ik wel degelijk productief ben geweest, en het is díe trots die mijn voornemen doet instorten.
Ik denk: "Heb ik mij daar zo'n zorgen om gemaakt?"

Wat heb ik dan geleerd?
Geen zorgen maken. Je kan het ook op het laatste moment. Het lukt. Je hoeft je niet meteen met dat essay bezig te houden. Lees een boek. Lees een strip. Schrijf een blogbericht. Je kan altijd om vijf uur beginnen.

Als u mij geen sukkel noemt, doe ik het zelf.

zondag 27 februari 2011

EVA

Donderdag is mijn veggiedag, dan eet ik vegetarisch. Waarom? Iets met het milieu, iets met dieren, duurzaamheid; u kent de clichés. Het is die neo-hippie in mij.

De andere zes dagen ben ik volop vleeseter. Maar dan ook echt een vleeseter: elke week een pitta (meestal meer, maar stil: moeder leest mee), per maaltijd minstens anderhalf biefstuk, en als er thuis een halve kilo gehakt in de keuken ligt, kan die bol zijn oorspronkelijke grootte niet erg lang behouden. Kortom, ik ben een veel grotere fan van een vlezeke dan van pakweg pastinaak.

Maar donderdag? Donderdag eet ik volmaakt vegetarisch. En dat hou ik - tot mijn eigen verbazing en trots - toch al anderhalf jaar vol. Geen vlees, geen vis, zelfs geen snoepjes met gelatine.

Waarom categoriseer ik dit dan onder 'Ergernis'?

Wel, de vzw die Donderdag Veggiedag lanceerde, is de vzw EVA, een organisatie die zich belangeloos inzet om het brede publiek te informeren over (en aan te zetten tot) vegetarisch eten. Mooi, mooi.

Maar waarom EVA?
Eva staat voor Ethisch Vegetarisch Alternatief.
Een ethisch verantwoorde vzw, dus. Van vegetariërs. Die vegetarisme als alternatief aanbieden.

Het is eenvoudig de woorden 'ethisch' en 'alternatief' te begrijpen. Vegetarisme is inderdaad een alternatief op het eten van vlees, en je kan het enigszins ethisch noemen - maar dan noem je het eten van vlees wel niet-ethisch. Als je dat doet, dan ben je al wat agressiever bezig dan wanneer je simpelweg een alternatief biedt. Door niet-vegetariërs als niet-ethisch te bestempelen, maak je een duidelijke lijn tussen Goed en Kwaad, tussen wat kan en wat niet.
Ik neem aan dat dat de bedoeling van EVA is. Het zijn geen geitenwollensokkentypes, maar echte groene strijders aan de juiste kant van de scheiding, bereid om meer te doen dan alleen maar hopen op een betere en meer rechtvaardige wereld. Bereid om hun hebben en houden op te geven om een varkentje van het slachthuis te redden. Bereid om de wereld te verkondigen dat die fout zit, terwijl zijzelf het bij het juiste eind hebben.
Als het dat is wat de vzw EVA beoogt, geen enkel probleem. Laat ze maar doen.

Wat mij het meeste stoort is de onverholen debiliteit van die naam. Ethisch Vegetarisch Alternatief. Vegetarisme zien de oprichters inderdaad als een ethisch alternatief, maar dan doop je je organisatie toch gewoon 'Vegetarisme: een ethisch alternatief'?
Wat er volgens mij is gebeurd, daar in één of ander duister lokaaltje aan de UGent, is een bijeenkomst van enkele suffe studentjes die een vzw wilden oprichten, maar geen goede naam konden verzinnen. Het móest goed bekken, het móest een acroniem worden, het móest staan waar de vzw voor ging staan. Wat het niet moest zijn, was 'doordacht'.
Dus beginnen de onervaren pummels te brainstormen, en komen ze op enkele woorden waar ze wel wat voor voelen. En in plaats van dan één geheel te vormen met een rake betekenis, opteerden ze blijkbaar maar voor enkele losse adjectieven - die elk op zich inderdaad wel iets duidelijk maken, maar die als samenkwaksel elkaar inhoudelijk overlappen dat het niet mooi meer is.

Komaan, zeg.
Bestaat dat eigenlijk wel, een groene intellectueel?

dinsdag 15 februari 2011

Mono-cultuur

Je hoeft maar even door het centrum te lopen van gelijk welke stad en je komt ze tegen: straatmuzikanten. Gewapend met gitaar, accordeon of een of ander exotisch instrument staan ze aan de hoek van de winkelstraat, spelend voor u en voor mij. Niet dat we om hun kunsten hebben gevraagd, maar aangezien we verdraagzame en gemoedelijke mensen zijn – én omdat het meestal wel aangenaam om horen is – staan we hen toe om ons winkelen te voorzien van een begeleidend deuntje. Op de tonen van “Yesterday”, “Les Filles du Bord du Mer” of een nummer dat we helemaal niet kennen, inspecteren we de nieuwste mode, profiteren we van de beste kortingen of genieten we simpelweg van de zon op een terrasje.

Fijn.

Echt, ik meen het: fijn.

Wie deze moderne minnezangers niet weet te appreciëren, is intolerant en kan maar beter binnen blijven, waar platen, CD’s en mp3-files de plak zwaaien. Nee, wij hebben het reeds lang geleden aanvaard: een muziekje buiten maakt het leven draaglijker.

Ze zijn ook niet duur. Bij tijd en wijle eens een centje schenken als het schuldgevoel te hoog opspeelt, is al meer dan genoeg voor de enthousiaste muzikant. Hij blijft spelen. En geef toe: wie kan bij zo’n prijs nog klagen over de kwaliteit van het spel ? Je krijgt er gratis het gevoel van samenhorigheid bij; iedereen luistert naar dezelfde muziek.
Weg met de iPod, mp3-speler of polyfone GSM: straatmuziek wordt vanzelf gedeeld.

Maar wordt het niet te veel als we dag in dag uit overeenkomstige deuntjes horen ? Elke dag eenzelfde melodietje door telkens dezelfde man ? Wie elke dag doorheen dezelfde straten wandelt, zal ook elke dag dezelfde muziek horen. De eerste keer klinkt het aanvaardbaar tot zelfs innemend, maar een dag later ken je het nummertje al. Na een week ben je die toch ietwat vreemde versie van de “Lambada” grondig beu. En wat moet je beginnen tegen “Knockin’ on Heaven’s Door” als het gespeeld wordt door een muzikant wiens motto ‘al doende leert men’ lijkt te zijn ? Juist ja, de koptelefoon opzetten. Weg samenhorigheid.

Ik geef toe: het is een beetje klagen. Zelfs als ze met te veel zijn of telkens terug te vinden zijn op dezelfde plaats doen ze geen vlieg kwaad, die straatmuzikanten. Maar wat met toeristen ? Stel u een toerist voor die speciaal vanuit Japan naar België komt gevlogen om (onder andere, laten we voor zijn portemonnee hopen) eens te horen naar welke muziek de Belgen luisteren, wat nu ‘typisch Belgisch’ is – als zoiets met al dat geWever nog bestaat.
Hoe Belgisch zal zijn beeld van onze cultuur dan nog zijn ? Gaat hij naar huis om aan zijn omgeving te vertellen hoe goed de Belg mondharmonica kan spelen ? Hoe graag die naar The Pointer Sisters luistert ?

Waarschijnlijk niet: de kans is vrij groot dat de Japanse toerist zich genoeg bewust is van het fenomeen – hij heeft het over de hele wereld al gezien. Hij weet hoe de verschillende plaatsen in de wereld langzaamaan op elkaar beginnen te lijken. Misschien stelt het hem wel gerust overal Bob Dylan te horen, overal dezelfde TV-programma's te zien en overal Coca Cola te kunnen drinken. Lang leve het langzaam onzichtbaar worden van de eigen cultuur, dus.
Gelukkig is er nog ‘Manneken Pis’, of de Japanner is voor niets naar hier gekomen.

zaterdag 18 september 2010

Zinnen

Ze zijn wég,
verdwenen
nut vergeten
de betekenissen zijn hun doelen moe.

Misschien schijnen ze soms
te zijn
- verscholen, verholen -
op plaatsen uit 't zicht
zien zij ons pijnlijk lachend toe.

Geruild, vervangen,
bedrog veinzerij
spreken ze ons
niet langer meer toe
en het énige, wat enigszins
kan blijven hangen
is die zin, zinloze
ledigheid.

dinsdag 10 augustus 2010

Vervloek de schoonheid

Dat schone lichaam
brandend naakt
op netvliezen, in gedachten
staat voor altijd
in dromen

onbeweeglijk zinderend
het druppelzweet ontkleedt
haar verder dan ze ooit
naakt zou zijn geweest
op zwoele zomernachten

men raakt haar met de ogen
met de handen, met de stem
zoekend naar de sporen
die dit lijf
dit blanke lichaam
zo plots hebben gestild

men smacht naar al die tijd
en naar vergetelheid
zijzelf weet al niet meer dan wat ze heeft gezien
toen men botte driften vierde op de tellen voor haar dood

ze leeft er niet meer voor
om haar vervloekte schoonheid
in schoonheid te verkennen

men kwijt haar alle schulden
op een verderfelijke manier

vrijdag 18 juni 2010

Het kan niet bij goed nieuws blijven

Dan ga je eens naar Sun Parks, dan heb je eens goed weer, dan ga je al eens elke dag zwemmen, dan zit je eens elke avond te brainstormen, dan kom je eens met een origineel concept terug naar huis, dan hoor je op de radio dat José Saramago dood is.

Heeft het met karma te maken?

woensdag 28 april 2010

De wilde avonturen van Pommeke

Iedereen in Vlaanderen kent ondertussen wel Jommeke, onze enigszins katholieke en zodoende buitensporig brave held. Hij is waarlijk een voorbeeld voor allen die van zins zijn de wereld te behoeden voor de nare gevolgen van Stoute Butlers, Problemen In Exotische Landen en (zeker niet vergeten) alle mogelijke Foute Wetenschappelijke Experimenten. We zouden immers niet graag ons hele leven met een slurf of een staart willen rondlopen.

Nee, bedankt Jommeke, bedankt Jef Nys.

Maar er zijn - net zoals in de Jommeke-strips - snoodaards die het slecht hebben gemunt op onze blonde redder. In 1994 en 1995 kwamen van een onbekende auteur twee albums op de markt van 'Pommeke':

Spannende verhalen waarin de protagonist Pommeke afrekent met de koningin van Onderland in de ene strip, met de drie heksen in de andere.


Dit deed de jongen op een wel zeer pornografische manier.
You go, Pommeke!

Mooie liedjes duren nooit lang, en al snel neemt Jef Nys het op voor de integriteit van zijn creatie - en waarschijnlijk ook voor de geldsom die met de auteursrechten gepaard gaat.
Het duurde even, maar op 11 oktober 2000 bevestigde het hof van beroep te Antwerpen de inbreuk op het auteursrecht, en de hoofdbeklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht dagen met uitstel, een geldboete én een morele schadevergoeding van ongeveer € 3800.
De schavuit heeft zich echter - vreemd genoeg - nooit bekendgemaakt, dus Jefke Nys moest het dan maar stellen met de geconfisqueerde strips, zonder schadevergoeding.

Goed, er is dus blijkbaar niemand echt gestraft geweest, behalve de handelaars die hun stock moesten inleveren en er geen cent voor terugkregen - maar zij hadden dan ook maar zo geen 'vieze boekskes' moeten proberen verkopen.
Jommeke is een braaf elfjarig jongetje en dat moet zo blijven, vindt Nys. Dat maakte hij ook duidelijk in zijn testament: geen wapens, geen seks, geen geweld, geen racisme, geen vuile woorden, etc...

Daar gaat een wenkbrauw omhoog.
Geen racisme, geen vuile woorden?

Jef Nys, met een behoedzame voorliefde voor het toenmalige Vlaams Blok, durfde wel eens zéér stereotype negers of Joden neer te zetten in zijn verhaaltjes. En wat die vuile woorden betreft: is Jef Nys 'De Straalvogel' vergeten?

In dit meeslepende verhaal bouwt Jommeke samen met Filiberke een vliegtuig, de straalvogel, en vertrekken ze op avontuur met een aap als piloot: Kokobanana.


Al snel loopt alles uit de hand en besprenkelt de aap onze twee helden met olie, waardoor hun hoofden helemaal zwart worden.

Als de ouders van Jommeke hun zoon met een verrekijker in de lucht gadeslaan blijkt mama Marie als de dood te zijn voor negers.


Iedereen zal wel akkoord gaan met een schrikreactie: haar zoon lijkt per slot van rekening niet meer in het vliegtuig te zitten.
Maar zo enorm schrikken omdat het negers zijn?

Later vraagt Flip Jommeke of deze zijn straalvogel zal afbreken. Iets wat hij beter niet had gedaan: Jommeke wordt kwaad op een wel heel onorthodoxe wijze.

Arme Flip.

In de vernieuwde 'Straalvogel' overigens, is het woord kapotneuken vervangen door vernietigen, maar wij weten het ondertussen al: Vlaanderens favoriete 'tsjeefke' kan er wat van.

Jef Nys, of ge nu dood zijt of niet, ge blijft een hypocriete idioot. Een beetje zoals Dick Bruna, maar laat dat iets voor een ander blogbericht zijn.

maandag 5 april 2010

Gestolen van Yves Desmet

Goed gezegd, Yves, nu hoef ik het niet meer te doen.

En om eerlijk te zijn, ik zou Fillip De Winter zijn naam ook niet correct schrijven. Dat u zich daar niet druk over maakt siert u een beetje.

Ps: Benno Barnard is een voorganger van Peter Verhelst. Hij gaf hetzelfde vak op het RITS.

Balthus en zijn muzen

Voor de minder aandachtige lezer: een maand geleden zat ik nog maar eens in New York. Nog maar eens, ja, want zo ben ik wel.

Echte New Yorker dat ik ben, wilde ik nog eens gratis naar het MoMA gaan op vrijdagmiddag, nog eens Pollock, Magritte en consorten zien. En alles wat ik vorige keer gemist heb.
Maar goed, ik was een beetje vergeten waar precies dat MoMA nu weer lag, en een behulpzame agent in Central Station bleek minder van zijn stad te kennen dan men kan verwachten van zo'n man, dus kwam ik uiteindelijk 30 straten te hoog uit. Zijn fout was echter wel begrijpelijk: ik stond nu aan de Museum Mile, een streepje 5th Avenue met 10 musea en een stevig pakske cultuur.
Maar toch een eindje van waar ik eigenlijk had willen zijn.

Goed dan: next best thing. Het Metropolitan, The Met zoals ze zeggen, was op die dag al even gratis als het MoMA, en naar't schijnt hebben ze daar ook 'goed gerief'.
En inderdaad, ze hadden daar goed gerief. Te veel om te zien op één middag.

Dus moest ik keuzes maken: vlug-vlug-even-doorheen-de-Griekse-en-Romeinse-afdeling-lopen om van daaruit in-snel-tempo-de-Afrikaanse-Amerikaanse-en-Oceanische-kunstzalen-te-zien, meteen gevolgd door een-heel-beknopte-kijk-op-de-abstracte-en-moderne-kunst, waardoor ik niet snel-snel-de-Aziatische-kunst-met-De-Grote-Golf-van-Hokusai kon zien, en uiteindelijk een beetje tot rust kwam aan de Europese schilderijen. En daar kwam ik het tegen.

Een schilderij dat me meteen aansprak. Niet dat het onderwerp zo interessant was, niet omdat de kleuren mij aanspraken, niet omdat het zo mooi en waarheidsgetrouw geschilderd was. Nee, het was iets anders, een dreiging die van het toch arcadische tafereel afkwam.

De zeven personages op 'Le Montagne' schijnen op het eerste zicht een familie-uitstapje op een berg te maken, maar blijken bij nader toezicht toch niet zoveel met elkaar op te hebben dan eerder gedacht. Geen enkel van hen kijkt een ander aan, de blikken zijn allemaal op een verschillend punt gericht.
Wie goed kijkt ziet dat zelfs de twee personages die in de verte naar de rotswand gekeerd staan elk met iets anders bezig zijn. En het belang dat het blonde meisje krijgt zorgt ervoor, in combinatie met haar verveelde blik, dat ze extra intrigerend wordt.

De naam van de schilder, Balthus, had ik nog nooit gehoord, maar het was een naam die ik ging onthouden. Iemand die mij van een eerste schilderij al zo kan aanspreken, verdient mijn aandacht.

Meteen naast het eerste schilderij hing nog eentje van hem: het slapende meisje van op het vorige doek - Thérèse - zat nu in een informele houding op een stoel. En opnieuw die blik: een blik van verveling, een lichte verontwaardiging, een minuscule toorn.
Balthus ging mij aanstaan, besloot ik toen. Want zulke dingen besluit ik al na twee schilderijen.

Het was toch eventjes schrikken in de volgende zaal. Er hing nog een schilderij van de man, opnieuw met die Thérèse. Deze keer lag het meisje dromerig, maar niet slapend, in een stoel. In een toch vrij seksuele positie. De combinatie van dreiging en onschuld was hier nu volledig omgeslagen in de botsing tussen seksualiteit en onschuld.
Zeer vreemd.

Terug in het appartement aangekomen zocht ik dan maar op wat voor schilderijen die Balthus nog allemaal gemaakt heeft, en het blijkt maar een vies ventje te zijn, een heel vies ventje met een beetje te veel aandacht voor het naakte lichaam van 12/13-jarige meisjes.
Na het zien van al die werken zou zelfs Regi van Milk Inc. (of Ziggy uit Zeetongen en Bakvissen, enfin, u begrijpt wat ik bedoel), zelfs de meest simpele mens zou de pedofiel in Balthus al herkennen.

En toch, en toch. Zijn schilderijen raken wel. Met 'Le Montagne' of zelfs met kleinere werkjes slaagt Balthus erin mij te intrigeren. En met mij ook veel anderen, of zijn werken zouden niet in The Met hangen.

"The quickest way to become famous during the 1930s was by causing a scandal."
De man kan zijn seksuele werken dan wel trachten te verklaren met een excuus, feit blijft dat hij een ongezonde interesse had voor jonge meisjes.

De man is niet alleen, er zijn genoeg vieze ventjes met talentjes. Dan gaat het niet om de vermeende pedo/King of Pop, of om Roman Polanski, of - dichter bij huis - Gie Laenen, hun kunsten hebben niets met hun perversies te maken.
Wat vreemder is, is het grote aantal kunstenaars wiens kunst bijna rechtstreeks voortvloeit uit hun parafilieën.

Joaquín Sorolla, bijvoorbeeld. Goedpraters poneren dat de pedo-psychose van vandaag in de 19de eeuw nog niet bestond, en dat de portrettering van naakte jongetjes puur esthetisch was, niets te maken had met seksualiteit.
Bij Henry Scott Tuke wil ik nog twijfelen.

Bij onderstaande werken van Sorolla geloof ik er niet meer in.


















De inspiratie van deze schilder komt duidelijk van het naakte jongens-lichaam.





Is dat op zich erg? Doen ze er iets mee mis? Voor zover geweten is niet, maar wat weten wij?

Als de schrijver van schitterende, fantasierijke nonsensboeken als Alice's Adventures in Wonderland en Through the Looking-Glass and What Alice Found There nogal veel omging met een zeker 6-jarig meisje, genaamd Alice, tot in 1863 het dan elfjarige meisje en haar ouders plots alle banden met hem braken, kunnen wij toch maar weinig anders aannemen dan dat hun relatie allesbehalve gezond was?
De dagboeken van Lewis Caroll tussen 1858 en 1862 zijn overigens verdwenen, sommigen beweren vernietigd. Daar moet toch ook een reden voor zijn?

Maar opnieuw: dat doet niets af aan de genialiteit van zijn boeken. Het geeft alleen een nogal wrang gevoel.

Misschien is dit het moment voor mij om duidelijk te maken hoe ik vind dat een kunstenaar los moet worden gezien van zijn werk, hoe een werk een eigen waarde krijgt die met de kunstenaar weinig of niets meer te maken heeft.
Een muzikant is niets als hij geen muziek maakt, een acteur is niet meer dan een instrument voor het maken van een film of toneelstuk, een beeldhouwer moet zich na zijn laatste beeldhouwwerk met het volgende bezighouden. Het wordt wat moeilijker als we praten over de Fluxus- en performancekunstenaars, maar goed...

Het moest maar eens gedaan zijn met die idolatrie.

zondag 28 maart 2010

Reporters kunnen ook idioten zijn, meneer

Ik ga er niet veel woorden aan vuilmaken.

Het volgende artikel op de site van De Morgen heb ik niet uitgelezen, ik heb het opgegeven in de derde paragraaf, toen ze spraken over "het fictionele Zuidoost-Aziatische eiland Palau".

Fictioneel?

Misschien moet Christian van Thillo nog wat meer mensen ontslaan en goedkope sukkels aannemen. En Roland Meeus, ik verwacht van een 36-jarige wat meer geografische kennis.

edit: het spel speelt zich blijkbaar af in Panau ipv Palau. Panau is inderdaad fictioneel, Palau niet.

dinsdag 16 maart 2010

Vuile Koerden

"Koerden slopen pitazaak", zo stond het maandag 8 maart in De Standaard. En lang leve de moderniteit: op het internet is het artikel ook terug te vinden.

Vuile Koerden, denk ik dan. 't Was te denken, denk ik dan. Want hoe moet een mens anders denken, met zo'n krantenkop?

Vuile Koerden.

Recht op betogen hebben we allemaal, da's nu eenmaal democratie. Maar een pitazaak slopen? Vuile, smerige Koerden.

Er staan 3 foto's bij, in die krant.
De eerste foto toont hoe de Koerden de pitazaak werkelijk overrompelen, en hoe een jonge Turk de zaak probeert te bekoelen. Het ziet er een meegaande, vriendelijke jongen uit, beredeneerd en met idealen.
Op de tweede foto lijken zijn bemiddelingen weinig succes te hebben, de Koerden trekken en sleuren en kleden hem bijna uit.
De derde foto toont hoe de ondertussen half ontblote jongeman beschermd wordt door een tweede Turk. De Koerden protesteren heftig verder.

En pas later slopen ze de pitazaak. Dat móet wel later zijn. Op de foto's lijkt de bar immers in geen enkel opzicht verwoest.

Het zal wel een zeer Koerd-vriendelijke fotograaf geweest zijn dan, als die geen foto's heeft willen trekken van de Koerden tijdens hun 'rampage', zelfs niet achteraf. Een fotootje van de verwoeste pitazaak was wel overtuigend geweest. Maar we kunnen De Standaard toch vertrouwen? Het staat in de krantenkop, meer overtuiging heeft een mens toch niet nodig?

Gesloopt is gesloopt.

Vuile Koerden.

maandag 8 maart 2010

Avatar sucks

James Cameron heeft gekregen wat hij verdient, en geen enkele Times-journalist hoeft daar een uitleg aan te geven.

En nee, ik heb geen zin om te argumenteren.

maandag 22 februari 2010

New York Beatles

De New York Ondergrondse kent vele artiesten. Buiten de zwervende bedelaars en skaters uit the Bronx - ik verdenk ze er nog steeds van stuk voor stuk performancekunstenaars te zijn - zijn er natuurlijk ook de muzikanten.

Van alle soorten. Goede en slechte.

Neem nu gisteren. Of eergisteren, het hangt er vanaf waar u dit bericht leest. 't Was avond, we zaten op de metro, we hadden honger. Dan stapt een mens af om een KFC te zoeken aan Times Square, overigens één van de lelijkste en meest mensonterende plaatsen in heel New York, for your information. En dan kan diezelfde mens op die bewuste avond al van ver iets van The Beatles horen spelen, 'Good Day Sunshine' zelfs - een nummer op 'Revolver', waarvan een intelligent mens uitdrukkingen als 'Ok' en 'Da valt nog mee' zou bij denken.

Nu, het station van Times Square is één van die grote stations, of wat dacht u anders? Er is dus plaats genoeg, en sommigen nemen daar gretig gebruik van. Onze goede vrienden de Beatles-coveraars, bijvoorbeeld, waren met zo'n vijftien.
Waaronder minstens 4 lead guitars, elk afgestemd op één akkoord.

Bwah...

Hoewel?

Waarom ook niet, dacht deze jongen na een halve seconde al, wat maakt het uit of ze goede artiesten zijn of niet, ze brengen gewoon muziek op een simpele manier, en het klinkt niet slecht. Daarbovenop zingen ze een nummer dat wel 'ok' is, voor hetzelfde geld hadden ze 'Ob-La-Di, Ob-La-fucking-Da' gebracht, en we weten allemaal wat voor een shitty song dat is.
Nu ik het even opzoek blijkt onze bebrilde vriend er trouwens dezelfde mening op na te houden.

Maar goed, om terug te keren op ons spannende verhaal: ik was wel bereid die 15 rakkers daar onder Times Square het voordeel van de twijfel te gunnen.

't Duurde een halve minuut, dat voordeel van de twijfel.
Daar was het. The shitty song.
Sukkels.

Ik stond nochtans klaar met een volle dollar, wat voor mij een hotdog minder zou betekenen, maar ik had het voor hen over. Als ze de dollar maar eerlijk verdeelden.
Nu konden ze het vergeten.

Niet dat ze er last van hadden, oh nee. Ze speelden lustig voort, aangemoedigd door een grote menigte simpele idioten, die blijkbaar alleen de slechtste nummers van The Beatles kenden - en ja, u vergist u niet, het zijn die nummers die iedereen kent.

Terwijl ik slecht gezind verder liep, vroeg ik me af waarom de meest simpele en ongeïnspireerde dingen het meest succes kennen in onze wereld?
We zouden moeten streven naar een meer doordachte cultuur, naar iets meer waardevol vermaak, kortom, naar meer kwaliteit.

Maar ondertussen blijven mensen luisteren naar Milk Inc.
De hele wereld kiest er nog altijd voor om naar Avatar te gaan kijken.
En nummers als 'Ob-La-Di, Ob-La-Da' worden nog steeds luidkeels meegezongen.

Des goûts et des couleurs...

zaterdag 6 februari 2010

Excuses en Voornemens

Ik wens mij hierbij te excuseren. Tegenover iedereen die de trein neemt.

Het is nu al 3 jaar dat ik mij stoor aan die klagers: al die gehaaste kostuums, al die kwade gezichten, al dat gezaag en geklaag. Over treinen die niet op tijd zouden rijden. Treinen die altijd te laat zijn. Treinen die gewoon niet afkomen. Treinen die vol zijn.

Toegegeven, die volle treinen zijn misschien wel een beetje lastig... Een beetje. Maar toch: geeft het dat we eens een half uurtje of een uurtje dicht bij elkaar zitten of staan? Iedereen leest zijn Metro, zijn Aspe of zijn cursus Sociologie, en niemand stoort zich aan elkaar. Hebben we echt zoveel comfort nodig, dat we allemaal – voor die tijd dat we op de trein zitten – een zachte stoel moeten hebben en vooral géén andere mensen te dicht in de buurt?

Jongens toch, als jullie zo hunkeren naar meer comfort, koop dan een ticket eerste klas. Dan kan je wel zeker op drie plaatsen afstand zitten van het volgende zweterig en arrogant zwijn. Het zal iets met de gigantische ego's te maken hebben die meer plaats innemen.

Maar dat is niet waar ik mij voor wens te excuseren. Nee, het gaat over die treinen met vertraging.

Ik heb daar blijkbaar geen last van. Mijn treinen zijn altijd netjes op tijd – naast de aanvaardbare 3 à 5 minuten vertraging, uiteraard – en áls ze dan eens te laat komen, dan is dat meestal nét op die dag dat ik mijn tram heb gemist, of te traag heb gefietst. Het zit blijkbaar goed, met dat karma van me. Mooi.

Een hele tijd dacht ik dat het door de verzuring kwam, al dat geklaag over die vermeende late treinen, tot ik in een rapport las dat er gemiddeld echt wel een flink aantal - vraag me niet meer hoeveel - te laat toekomen aan het station. En dat heeft me aan het denken gezet.

Misschien ligt het echt wel aan mijn karma. Of misschien is er echt wel een god die het goed met mij voor heeft. Of ziet de NMBS mij gewoon doodgraag - ik ga ze er niet voor doodschieten.

Vandaar ook mijn excuses. Aan iedereen: Het spijt mij dat de treinen alleen op tijd rijden als ik ermee naar Brussel moet.

En het spijt mij dat ze te laat zijn als ik te laat op het perron arriveer.

Ik zal proberen in het vervolg altijd vóór 8u57 aanwezig te zijn op perron 10. Dan kan op zijn minst díe lading reizigers al op tijd vertrekken.

vrijdag 29 januari 2010

Benefiet Haïti

Serieus.

Was het nu echt nodig om de benefietsingle ten voordele van Haïti zo te doen lijken op de versie van Jeff Buckley?

Komaan, zeg. Doe eens moeite.

zaterdag 16 januari 2010

De droom van Peter Verhelst

Voor wie het nog niet wist, ik zit in het RITS, en volg nu het derde jaar Bachelor in de Audiovisuele Kunsten - Schrijven, en in dit derde jaar krijgen we Taalbeheersing. In twee vormen zelfs.
De eerste cursus wordt gegeven door Tom Van Imschoot (niet Tom Van Imschoot, uiteraard), en daar hebben we al drie dagen les bij gekregen. Interessante man, aimabele man - we leren veel bij, en het is nog aangenaam om in de les te zitten ook.
De tweede cursus wordt gegeven door de Gentse stadsdichter, Peter Verhelst.

Daar hebben we nog maar één dag les bij gehad.
Nu ja, les.

Het begon die dag al goed, we hadden les in Gent, aan de Wiedauwkaai 23 - en de Wiedauwkaai 23 bestaat uit 23A tot ongeveer 23G. Na een half uur zoeken en bellen naar de school, wordt Peter Verhelst eindelijk bereikt, en komt die ons halen.
Dank u, Peter.

Dat was het positieve. Vriendelijke Peter komt ons halen.
Binnengekomen worden we voorgesteld aan de mensen waarmee Peter zijn nieuwe stuk voorbereidt - over Julius Caesar - en wordt ons gevraagd wat we verwachten van het vak 'Taalbeheersing'.
We zitten in het RITS, een vak dat Taalbeheersing heet kan evengoed uitdraaien op een cursus koken, dus wij zijn voorzichtig, we weten het niet goed, meneer.
Blijkt meneer het zelf ook niet goed te weten.

'Ik zal een opdracht geven: schrijf een tekstje, en laat u inspireren door wat hier te vinden is.'
Ok, er ís wel wat te vinden dat inspirerend kan werken. Er ligt een dood paard, om maar iets te noemen. Maar toch. Moeten wij nu onmiddellijk eraan beginnen, of gaat die grote schrijver (hoeveel keer heeft de dramaturg - Paul Slangen - Peter Verhelst geen 'groot schrijver' genoemd?) ons eerst nog iets vertellen, iets doceren?
Op onze lessenrooster duurde de les een volle dag, dus lijkt het een beetje vreemd je even te laten inspireren, om dan naar huis te gaan om te schrijven...

Maar neen, een beetje praten over dode paarden, over zaadjes die in de grond moeten worden geplant, gepoot, gestopt, gestoken. Een beetje keuvelen met Paul Slangen over de schrijfopleiding op het RITS, over wat ons interesseert. Peter neemt het - gezeten in zijn sofa - allemaal in zich op, rookt op een paar uur een kruiwagen sigaretten en geeft geen kik, behalve dan af en toe een bescheiden glimlachje bij elk stukje gevlei van Paul Slangen - die overigens wél een aangenaam man blijkt te zijn, daar gáán mijn vooroordelen over Hollanders.

Paul Slangen geeft ons, schijnbaar zonder reden, maar waarschijnlijk omdat hij de desinteresse van Verhelst opgemerkt heeft, een andere opdracht. We moeten een dialoog schrijven van 3 bladzijden, met 3 personages, én we moeten een vraag opstellen voor Peter Verhelst. Een vraag waarin we duidelijk maken wat we van hem zouden willen leren. Want de man weet blijkbaar zelf niet wat hij ons kan leren.

De dag is gedaan om 15u, denk ik, 3 uur vroeger dan gepland. En wij zijn niets rijker.
Nog geen week later blijkt opeens dat Verhelst geen les meer wil geven.

Naar mijn bescheiden mening - maar wie ben ik tegenover een gróót schrijver? - is Peter Verhelst ongemotiveerd, ongeïnteresseerd, en al zéker niet intelligent genoeg om andere mensen iets bij te brengen. Ok, toegegeven, dat van die intelligentie klopt niet. Maar Peter, je zal zelf wel begrijpen waarom ik nu net dát woord gebruik.
Schoenmaker, blijf bij je leest. Blijf schrijven, maar ga er niet van uit dat je over de sociale capaciteiten beschikt om les te geven aan een hogeschool.

Ik heb al genoeg les gekregen van incompetente sukkels.


Peter Verhelst, ik heb nog veel te leren. Op vlak van schrijven, op vlak van dramaturgie, op alle vlakken. Maar met één soort mensen heb ik al genoeg ervaring om ze te herkennen, en gij zijt er één van.

Meneer Verhelst, ge zijt een duts.




update: het is nu naar voor gekomen dat Peter Verhelst vorig jaar ook les gaf aan het derde jaar, dat Peter Verhelst ook een klein schrijfopdrachtje heeft gegeven, dat de studenten Peter Verhelst na die ene dag les niet meer terugzagen. Ze moesten contact houden met de man, maar het enige teken van leven dat ze kregen was de occasionele foto in de krant bij een prijsuitreiking.
Peter, toch...

woensdag 13 januari 2010

Kunde van de Code

Er bestaat zoiets als een Code, volgens welke we allemaal leven. Geen neergeschreven Code - wie daarnaar op zoek is, kan die wel vinden in de Bijbel, of Koran, of Thora, en die moet er dan maar de fabeltjes bijnemen.
Neen, er is een ongeschreven, onuitgesproken morele Code, een ethische Code.

Wie buiten die Code valt, wie zich niet volgens de Code gedraagt, komt idioot of ongemanierd over. En aangezien die Code ongeschreven is, en sommige mensen nu niet zo Code-gevoelig zijn, gebeurt het wel meer dan eens dat er iemand buiten de Code valt.

Een voorbeeld.

Als de tramchauffeur zijn passagiers via de intercom laat weten dat hij niet màg verder rijden, dat hij moet omrijden - God of Joost (zou God niet gewoon Joost kunnen zijn?) mag weten waarom - en dat iedereen moet uitstappen en wachten op de volgende tram, dan zijn er binnen de Code een flink aantal gelaatsuitdrukkingen geoorloofd.

Een kleine greep uit het aanbod:
1) Complete onverschilligheid: als het u niet interesseert, of u wenst uw medereiziger in het ongewisse te laten over uw mening.
2) Verslagenheid: als u het vervelend vindt, maar u iemand bent die de situatie neemt zoals ze is.
3) Tegenzin: als het wachten of het misschien te voet gaan u echt te vermoeiend lijkt, om welke reden dan ook.
4) Ergernis: als het u echt irriteert, u moet staan wachten in de koude, u bent nog een eind van huis verwijderd, en u hebt het al zoveel meegemaakt met De Lijn. Let wel, deze gelaatsuitdrukking bevindt zich op de uiterste grens van de tolerantielijn binnen de Code.

De gelaatsuitdrukking die niet, maar ook echt níet aanvaardbaar is, en die u laat voorkomen als een compleet arrogante, ongemanierde sukkel - het maakt niet uit hoeveel oorlogen u nog hebt gekend - is een gelaatsuitdrukking van verontwaardiging.
Niet die verontwaardiging die nogal lijkt op ergernis, nee.

De verontwaardiging die enkel gepast is als de chauffeur in kwestie door zijn intercom zijn gal zou hebben gespuid op die oude, incontinente, naar bejaarde katten stinkende zak, die achterin de tram een beetje kwaad naar jeugd en buitenlander had zitten kijken.
Als die chauffeur iets minder vriendelijk zijn passagiers had toegesproken met 'Jullie bende luie profiteurs, het wordt tijd dat ge eens een stukje naar huis stapt!' in plaats van de behulpzame sociabele tramgenoot te zijn, dan was die gelaatsuitdrukking geoorloofd.

Maar nu, meneer, nu kots ik op u.
U heeft de Code doorbroken, en schijnt er helemaal niets om te geven. Rot op, neem volgende keer de wagen, en hoop dat u nooit zal moeten omrijden voor werken, want dat zou nog eens verontwaardigend zijn.

Jezus, waarom erger ik mij zo aan die man?

dinsdag 15 december 2009

Het druilt soms in mijn hoofd

Nog zo'n ergernis...

Misschien een puberale dan.
Jong zijn.
Jeugdig zijn.
Niet serieus genomen worden.
Maar beter niet serieus genomen worden.
Nog moeten leren.
Niets doen, alleen proberen.
Denken vooruit te gaan.
Denken dat niet te doen.
In de verkeerde straat te staan.
Foute richtingen denken.
Of juiste.
Eigenwijs genoemd worden.
En ook wel eigenwijs zijn.
Maar labels zijn labels.
En ge zit vast. Of ge weet het niet.

Njah.
Snapt ge?

Ik ook niet altijd, maar ik ben nog jong.

woensdag 9 december 2009

Proudness

En nu we het toch even over Eminem hebben gehad:

De man gaat er momenteel prat op de 'Top Selling Artist of the Decade' te zijn volgens een nieuw rapport. Flinke prestatie, inderdaad, maar waar is de man nog het meest trots op?

Dat The Beatles slechts op de tweede plaats staan. In het laatste decennium heeft Eminem blijkbaar meer albums verkocht dan The Beatles.
Puike prestatie indeed. Een hele krachttoer zelfs, gezien Eminem in de laatste 10 jaar slechts 7 albums heeft uitgebracht, en The Beatles wel dubbel zoveel!

Goed gedaan, Eminem.


Laten we maar even buiten beschouwing laten dat The Beatles al bijna 40 jaar op non-actief staan, en dat hun remastered CD's vandaag nét 3 maanden uit zijn.
Want anders zouden we The Beatles wel als grote winnaars moeten beschouwen, en die zege willen we u zeker niet ontnemen.

vrijdag 4 december 2009

Facebook-groepjes

U doet er ook aan mee. U en de meesten rondom u. Het wordt steeds moeilijker om nog koene helden te vinden die de weerstand vinden om de algemene Facebook-gekte te tarten, maar ze bestaan wel degelijk.

Gelukkig maar, want zij zijn de enigen die ons nog kunnen redden van de verloedering die ons allemaal te wachten staat. Want Facebook staat voor achteruitgang...

Het lijkt allemaal goed te gaan in het begin: we staan dichter in contact met onze vrienden, we vinden oude schoolkameraden terug, we kunnen onze laatste vakantiefoto's met de juiste mensen delen... Maar dan ontdekken we de spelletjes. En de pagina's waar je fan van kan worden. En de groepen.

En die groepen.
Die groepen...

Er bestaan er waarschijnlijk meer dan er mensen op de wereld bestaan, en vele ervan zijn gewoon nutteloos.
Geen probleem, hoor ik u al denken, daar hoef ik niet moeilijk over te doen. Maar dat is iets als reclame op TV: daar hoef je ook niet moeilijk over te doen, als het je niet interesseert, kijk je niet. Hoewel, je programma wordt wel onderbroken, je irriteert je wel aan het feit dat je onmogelijk ongestoord kan doen wat je wil doen.

En dat is met Facebook-groepjes hetzelfde. Er bestaan Facebook-groepjes over de meest onnozele, onbelangrijke en daarom ook nutteloze zaken. Het lijkt er wel op dat elke Jan Modaal er een wedstrijd van wil maken zoveel mogelijk leden in zijn groep te hebben. Dat bewijzen de verscheidene 'weddenschap'-groepen.
Als een bepaald aantal mensen zich lid hebben gemaakt van die ene groep, dan zal de oprichter ervan bijvoorbeeld zijn naam laten veranderen in Pikachu. Wie gelooft dat deze persoon zijn belofte na zal komen, is waarschijnlijk een aanhanger van Scientology, geloofwaardiger zijn immers weddenschappen zoals die van iemand die Facebook in de nek zal laten tattoeëren of die van de arme Mark, die een labrador zal krijgen.
Zoiets stoort nog niet, behalve natuurlijk als er te veel van zulke groepjes ontstaan. Of als de weddenschappen nefaste gevolgen hebben voor mensen die er niet om hebben gevraagd, zoals de kinderen die - als een bepaalde groep een bepaald aantal leden bereikt heeft - de naam Megatron, Spiderman of Shurbert Ice Cream (!) zullen krijgen.
Gelukkig zijn we serieuze mensen, die zulke zaken niet voor waar aannemen. Hoewel Geena Lisa en Freya Van den Bossche zulke weddenschappen lijken verloren te hebben...


In elk geval zijn die groepen een min of meer gepasseerde rage. Wat nu vooral wordt gedaan, is voor elk wild idee dat voor de meesten een beetje herkenbaar lijkt een pagina aanmaken.
Die random ideeën gaan over dagdromende mensen, woorden via Google invoeren om de spelling na te kijken of fietsen in de wind.

't Is nog aanvaardbaar, ze zijn zo onschuldig... Maar ze zijn wel met te veel.

Als mijn nieuwsoverzicht niet zo vervuild zou zijn door kinderen die lid worden van 180 groepen per minuut, zou ik hier waarschijnlijk niet over klagen. Maar te veel is te veel.
En ja, het zijn meestal kinderen of pubers die deze groepen aanmaken: dat bewijzen groepsnamen als 'Vragen "Wat gaan we eten" en slechtgezind zijn als het iets vies is!', 'Neen tegen ouders die u komen wekken' en 'moeder stopt met zaagn! kgaant sebiet doen..'.

Nog niet overtuigd? Wie zou er anders groepen aanmaken als 'Juist op tijd aankomen op school' of ‘Net voor school snel snel u boekentas klaarmake en dan nog boeke vergete!!!’?

Ik snap het niet. Moeten die allemaal niet op Netlog zitten? Waar is de tijd dat Facebook voor volwassenen was. Niet allemaal even serieuze volwassenen, uiteraard niet. Maar volwassenen die het verschil zagen tussen wat plezant was en wat irritant.

En irritant kan het al snel worden, niet alleen omdat er zo'n overvloed aan groepjes is, maar ook omdat de groepjes soms nogal aanvallend kunnen overkomen.
Grappig wordt het dan wel weer als die aanvallen nogal stuntelig zijn overgebracht. Ik kan het wel begrijpen als je rodelen of roddelen voor losers vindt, maar roddellen?

Consequent zijn ze ook, die pubers: iemand kan het ene moment lid worden van ’t ligt ni aan u , ik kan gewoon uwe kop ni hebben’ om dan een minuut later doodleuk te laten weten dat ze mensen haten die zich belangrijker voelen dan anderen.

Of kwaad worden op mensen die geen sms'jes terugsturen, maar dan wel uitleggen hoe zij het zelf soms ook vergeten.

Gelukkig hebben we ook de zelfbewusten, zij zien immers in dat er een groot teveel aan groepjes is. Er is dus toch nog hoop, want onder hen zijn er zelfs die begrijpen waar het teveel vandaan komt.

We mogen de moed dus niet laten zakken - every cloud has a silver lining enzovoort. Tenminste, zolang er mensen zijn die de humor erin houden.