Posts tonen met het label Openbaar vervoer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Openbaar vervoer. Alle posts tonen

maandag 22 februari 2010

New York Beatles

De New York Ondergrondse kent vele artiesten. Buiten de zwervende bedelaars en skaters uit the Bronx - ik verdenk ze er nog steeds van stuk voor stuk performancekunstenaars te zijn - zijn er natuurlijk ook de muzikanten.

Van alle soorten. Goede en slechte.

Neem nu gisteren. Of eergisteren, het hangt er vanaf waar u dit bericht leest. 't Was avond, we zaten op de metro, we hadden honger. Dan stapt een mens af om een KFC te zoeken aan Times Square, overigens één van de lelijkste en meest mensonterende plaatsen in heel New York, for your information. En dan kan diezelfde mens op die bewuste avond al van ver iets van The Beatles horen spelen, 'Good Day Sunshine' zelfs - een nummer op 'Revolver', waarvan een intelligent mens uitdrukkingen als 'Ok' en 'Da valt nog mee' zou bij denken.

Nu, het station van Times Square is één van die grote stations, of wat dacht u anders? Er is dus plaats genoeg, en sommigen nemen daar gretig gebruik van. Onze goede vrienden de Beatles-coveraars, bijvoorbeeld, waren met zo'n vijftien.
Waaronder minstens 4 lead guitars, elk afgestemd op één akkoord.

Bwah...

Hoewel?

Waarom ook niet, dacht deze jongen na een halve seconde al, wat maakt het uit of ze goede artiesten zijn of niet, ze brengen gewoon muziek op een simpele manier, en het klinkt niet slecht. Daarbovenop zingen ze een nummer dat wel 'ok' is, voor hetzelfde geld hadden ze 'Ob-La-Di, Ob-La-fucking-Da' gebracht, en we weten allemaal wat voor een shitty song dat is.
Nu ik het even opzoek blijkt onze bebrilde vriend er trouwens dezelfde mening op na te houden.

Maar goed, om terug te keren op ons spannende verhaal: ik was wel bereid die 15 rakkers daar onder Times Square het voordeel van de twijfel te gunnen.

't Duurde een halve minuut, dat voordeel van de twijfel.
Daar was het. The shitty song.
Sukkels.

Ik stond nochtans klaar met een volle dollar, wat voor mij een hotdog minder zou betekenen, maar ik had het voor hen over. Als ze de dollar maar eerlijk verdeelden.
Nu konden ze het vergeten.

Niet dat ze er last van hadden, oh nee. Ze speelden lustig voort, aangemoedigd door een grote menigte simpele idioten, die blijkbaar alleen de slechtste nummers van The Beatles kenden - en ja, u vergist u niet, het zijn die nummers die iedereen kent.

Terwijl ik slecht gezind verder liep, vroeg ik me af waarom de meest simpele en ongeïnspireerde dingen het meest succes kennen in onze wereld?
We zouden moeten streven naar een meer doordachte cultuur, naar iets meer waardevol vermaak, kortom, naar meer kwaliteit.

Maar ondertussen blijven mensen luisteren naar Milk Inc.
De hele wereld kiest er nog altijd voor om naar Avatar te gaan kijken.
En nummers als 'Ob-La-Di, Ob-La-Da' worden nog steeds luidkeels meegezongen.

Des goûts et des couleurs...

zaterdag 6 februari 2010

Excuses en Voornemens

Ik wens mij hierbij te excuseren. Tegenover iedereen die de trein neemt.

Het is nu al 3 jaar dat ik mij stoor aan die klagers: al die gehaaste kostuums, al die kwade gezichten, al dat gezaag en geklaag. Over treinen die niet op tijd zouden rijden. Treinen die altijd te laat zijn. Treinen die gewoon niet afkomen. Treinen die vol zijn.

Toegegeven, die volle treinen zijn misschien wel een beetje lastig... Een beetje. Maar toch: geeft het dat we eens een half uurtje of een uurtje dicht bij elkaar zitten of staan? Iedereen leest zijn Metro, zijn Aspe of zijn cursus Sociologie, en niemand stoort zich aan elkaar. Hebben we echt zoveel comfort nodig, dat we allemaal – voor die tijd dat we op de trein zitten – een zachte stoel moeten hebben en vooral géén andere mensen te dicht in de buurt?

Jongens toch, als jullie zo hunkeren naar meer comfort, koop dan een ticket eerste klas. Dan kan je wel zeker op drie plaatsen afstand zitten van het volgende zweterig en arrogant zwijn. Het zal iets met de gigantische ego's te maken hebben die meer plaats innemen.

Maar dat is niet waar ik mij voor wens te excuseren. Nee, het gaat over die treinen met vertraging.

Ik heb daar blijkbaar geen last van. Mijn treinen zijn altijd netjes op tijd – naast de aanvaardbare 3 à 5 minuten vertraging, uiteraard – en áls ze dan eens te laat komen, dan is dat meestal nét op die dag dat ik mijn tram heb gemist, of te traag heb gefietst. Het zit blijkbaar goed, met dat karma van me. Mooi.

Een hele tijd dacht ik dat het door de verzuring kwam, al dat geklaag over die vermeende late treinen, tot ik in een rapport las dat er gemiddeld echt wel een flink aantal - vraag me niet meer hoeveel - te laat toekomen aan het station. En dat heeft me aan het denken gezet.

Misschien ligt het echt wel aan mijn karma. Of misschien is er echt wel een god die het goed met mij voor heeft. Of ziet de NMBS mij gewoon doodgraag - ik ga ze er niet voor doodschieten.

Vandaar ook mijn excuses. Aan iedereen: Het spijt mij dat de treinen alleen op tijd rijden als ik ermee naar Brussel moet.

En het spijt mij dat ze te laat zijn als ik te laat op het perron arriveer.

Ik zal proberen in het vervolg altijd vóór 8u57 aanwezig te zijn op perron 10. Dan kan op zijn minst díe lading reizigers al op tijd vertrekken.

woensdag 13 januari 2010

Kunde van de Code

Er bestaat zoiets als een Code, volgens welke we allemaal leven. Geen neergeschreven Code - wie daarnaar op zoek is, kan die wel vinden in de Bijbel, of Koran, of Thora, en die moet er dan maar de fabeltjes bijnemen.
Neen, er is een ongeschreven, onuitgesproken morele Code, een ethische Code.

Wie buiten die Code valt, wie zich niet volgens de Code gedraagt, komt idioot of ongemanierd over. En aangezien die Code ongeschreven is, en sommige mensen nu niet zo Code-gevoelig zijn, gebeurt het wel meer dan eens dat er iemand buiten de Code valt.

Een voorbeeld.

Als de tramchauffeur zijn passagiers via de intercom laat weten dat hij niet màg verder rijden, dat hij moet omrijden - God of Joost (zou God niet gewoon Joost kunnen zijn?) mag weten waarom - en dat iedereen moet uitstappen en wachten op de volgende tram, dan zijn er binnen de Code een flink aantal gelaatsuitdrukkingen geoorloofd.

Een kleine greep uit het aanbod:
1) Complete onverschilligheid: als het u niet interesseert, of u wenst uw medereiziger in het ongewisse te laten over uw mening.
2) Verslagenheid: als u het vervelend vindt, maar u iemand bent die de situatie neemt zoals ze is.
3) Tegenzin: als het wachten of het misschien te voet gaan u echt te vermoeiend lijkt, om welke reden dan ook.
4) Ergernis: als het u echt irriteert, u moet staan wachten in de koude, u bent nog een eind van huis verwijderd, en u hebt het al zoveel meegemaakt met De Lijn. Let wel, deze gelaatsuitdrukking bevindt zich op de uiterste grens van de tolerantielijn binnen de Code.

De gelaatsuitdrukking die niet, maar ook echt níet aanvaardbaar is, en die u laat voorkomen als een compleet arrogante, ongemanierde sukkel - het maakt niet uit hoeveel oorlogen u nog hebt gekend - is een gelaatsuitdrukking van verontwaardiging.
Niet die verontwaardiging die nogal lijkt op ergernis, nee.

De verontwaardiging die enkel gepast is als de chauffeur in kwestie door zijn intercom zijn gal zou hebben gespuid op die oude, incontinente, naar bejaarde katten stinkende zak, die achterin de tram een beetje kwaad naar jeugd en buitenlander had zitten kijken.
Als die chauffeur iets minder vriendelijk zijn passagiers had toegesproken met 'Jullie bende luie profiteurs, het wordt tijd dat ge eens een stukje naar huis stapt!' in plaats van de behulpzame sociabele tramgenoot te zijn, dan was die gelaatsuitdrukking geoorloofd.

Maar nu, meneer, nu kots ik op u.
U heeft de Code doorbroken, en schijnt er helemaal niets om te geven. Rot op, neem volgende keer de wagen, en hoop dat u nooit zal moeten omrijden voor werken, want dat zou nog eens verontwaardigend zijn.

Jezus, waarom erger ik mij zo aan die man?

vrijdag 13 november 2009

Lijn 1

Ze zijn al een tijdje aan de gang, de werken aan de Korenmarkt, en om van Wondelgem naar het Sint-Pietersstation te geraken met de tram, moet ik allang afstappen aan de Burgstraat, te voet langs de Jan Breydelstraat, de Graslei en de Korenmarkt, om daar over te stappen op deel II van Tram 1.

Daar gaat u mij niet over horen klagen, ik rijd genoeg met de fiets om de 'tramproblemen' over het hoofd te zien. Zoveel maak ik er geen gebruik van, van dat openbaar vervoer.

Tegenwoordig echter is er iets raars aan de hand. Toen ik laatste zondag, 8 november, terugkwam uit New York, was ik een weekje niet mee met de laatste tramcomplicaties. Gelukkig was er Gentblogt om mij even te wijzen op gevaarlijke veranderingen. Het artikel heb ik, wegens de vermoeiende strijd tegen een jetlag, niet goed gelezen, maar mijn afgematte brein kon toch opmaken dat de tram richting Sint-Pietersstation de normale weg aflegt, terwijl de tram van het station naar het centrum het traject van lijn 22 volgt.

Mooi zo, dacht ik. Als ik kan afstappen aan de eerste halte na de Rozemarijnbrug, kan ik door de Holstraat en de Peperstraat stappen om zo aan de Burgstraat op te stappen richting Wondelgem.
Ik bleek lelijk mis te zijn.

Toen de tram vertrok richting justitiepaleis, bleek hij aan geen enkele halte te stoppen. Met een razende vaart denderde hij door naar het centrum, om pas aan het justitiepaleis mij en menig andere verwarde reiziger lichtelijk verweesd achter te laten.
Maar, hoezeer menigeen het tegendeel zal beweren, ik ben geen moeilijk mens. Flinke scout dat ik ben begon ik gezwind aan de iets langere weg richting Burgstraat, tevreden met het nieuwe inzicht dat ik had gekregen over de aangepaste manier van werken van het openbaar vervoer.

Het eigenlijke probleem kwam gewoon de volgende dag.

Goedhartig als ik ben, wilde ik mijn medemens waarschuwen voor de recente grillen van lijn 1. Toen ik dinsdagavond naar huis tramde, en een vrouw ter hoogte van de Koning Albertlaan paniekerig om zich heen keek toen de tram zelfs niet wilde stoppen nadat ze had gebeld, sprong ik meteen van mijn zitje om haar uit te leggen dat de tram niet meer stopt aan de haltes tussen het Sint-Pietersstation en het centrum.
Blij als ze was een gedienstige medemens te kunnen ontmoeten, bedankte ze mij en ging ze opnieuw zitten.

Ikzelf begaf mij ook terug naar mijn zitplaatsje, plaatste mijn koptelefoon opnieuw over mijn oren en zakte tevreden over mijn eigen weldadigheid terug in een min of meer behaaglijke positie.
Mijn geluk was echter van korte duur, want om een voor mij volkomen onduidelijke reden stopte de tram aan de volgende halte. De deuren gingen open, en mensen stapten op en af. De vrouw, aan wie ik net had verteld dat de tram niet zou stoppen, moest zich haasten om vanuit haar stoel tot aan de opnieuw sluitende deuren te geraken. Net voor ze afstapte, keek ze mij aan met een blik die ik best als verwijtend kon interpreteren.


Toen ik haar van op de tram nakeek zag ik achter haar aan de tramhalte een A4'tje hangen, in het oog springend met het wit en het rood: 'Opgelet! Tram 1 STOPT NIET aan deze halte'.