Posts tonen met het label Kunst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kunst. Alle posts tonen

woensdag 12 mei 2010

Wir wollen immer Sonne statt Reagan

Gelukkige verjaardag, meneer Beuys.

Als u in een andere maand zou geboren zijn had ik een langer bericht geschreven, maar mei is de maand waarin schoolse taken worden afgewerkt, analyses geschreven, examens voorbereid, stripverhalen bedacht, papers gemaakt... Welke ernstige student heeft dan nog tijd een noemenswaardig blogbericht te schrijven?
Als zelfs de gekke wereld van Joyce resoluut 'nee' zegt - laat u niet voorliegen, de schrijver van de blog is allesbehalve op vakantie en heeft evenveel werk als Yours Truly - wat kan ík dan anders doen dan u zelf aan het woord te laten?



Oh, ja, voor ik het vergeet: mocht u ooit uit de doden opstaan en mijn blog lezen, kan u onderstaande commercial dan eens uitleggen?



Akkoord, het geld ging naar Die Grünen, de groene partij in Duitsland, maar toch...

Desalniettemin ne gelukkige, meneer Beuys. Een zeer gelukkige.

maandag 5 april 2010

Balthus en zijn muzen

Voor de minder aandachtige lezer: een maand geleden zat ik nog maar eens in New York. Nog maar eens, ja, want zo ben ik wel.

Echte New Yorker dat ik ben, wilde ik nog eens gratis naar het MoMA gaan op vrijdagmiddag, nog eens Pollock, Magritte en consorten zien. En alles wat ik vorige keer gemist heb.
Maar goed, ik was een beetje vergeten waar precies dat MoMA nu weer lag, en een behulpzame agent in Central Station bleek minder van zijn stad te kennen dan men kan verwachten van zo'n man, dus kwam ik uiteindelijk 30 straten te hoog uit. Zijn fout was echter wel begrijpelijk: ik stond nu aan de Museum Mile, een streepje 5th Avenue met 10 musea en een stevig pakske cultuur.
Maar toch een eindje van waar ik eigenlijk had willen zijn.

Goed dan: next best thing. Het Metropolitan, The Met zoals ze zeggen, was op die dag al even gratis als het MoMA, en naar't schijnt hebben ze daar ook 'goed gerief'.
En inderdaad, ze hadden daar goed gerief. Te veel om te zien op één middag.

Dus moest ik keuzes maken: vlug-vlug-even-doorheen-de-Griekse-en-Romeinse-afdeling-lopen om van daaruit in-snel-tempo-de-Afrikaanse-Amerikaanse-en-Oceanische-kunstzalen-te-zien, meteen gevolgd door een-heel-beknopte-kijk-op-de-abstracte-en-moderne-kunst, waardoor ik niet snel-snel-de-Aziatische-kunst-met-De-Grote-Golf-van-Hokusai kon zien, en uiteindelijk een beetje tot rust kwam aan de Europese schilderijen. En daar kwam ik het tegen.

Een schilderij dat me meteen aansprak. Niet dat het onderwerp zo interessant was, niet omdat de kleuren mij aanspraken, niet omdat het zo mooi en waarheidsgetrouw geschilderd was. Nee, het was iets anders, een dreiging die van het toch arcadische tafereel afkwam.

De zeven personages op 'Le Montagne' schijnen op het eerste zicht een familie-uitstapje op een berg te maken, maar blijken bij nader toezicht toch niet zoveel met elkaar op te hebben dan eerder gedacht. Geen enkel van hen kijkt een ander aan, de blikken zijn allemaal op een verschillend punt gericht.
Wie goed kijkt ziet dat zelfs de twee personages die in de verte naar de rotswand gekeerd staan elk met iets anders bezig zijn. En het belang dat het blonde meisje krijgt zorgt ervoor, in combinatie met haar verveelde blik, dat ze extra intrigerend wordt.

De naam van de schilder, Balthus, had ik nog nooit gehoord, maar het was een naam die ik ging onthouden. Iemand die mij van een eerste schilderij al zo kan aanspreken, verdient mijn aandacht.

Meteen naast het eerste schilderij hing nog eentje van hem: het slapende meisje van op het vorige doek - Thérèse - zat nu in een informele houding op een stoel. En opnieuw die blik: een blik van verveling, een lichte verontwaardiging, een minuscule toorn.
Balthus ging mij aanstaan, besloot ik toen. Want zulke dingen besluit ik al na twee schilderijen.

Het was toch eventjes schrikken in de volgende zaal. Er hing nog een schilderij van de man, opnieuw met die Thérèse. Deze keer lag het meisje dromerig, maar niet slapend, in een stoel. In een toch vrij seksuele positie. De combinatie van dreiging en onschuld was hier nu volledig omgeslagen in de botsing tussen seksualiteit en onschuld.
Zeer vreemd.

Terug in het appartement aangekomen zocht ik dan maar op wat voor schilderijen die Balthus nog allemaal gemaakt heeft, en het blijkt maar een vies ventje te zijn, een heel vies ventje met een beetje te veel aandacht voor het naakte lichaam van 12/13-jarige meisjes.
Na het zien van al die werken zou zelfs Regi van Milk Inc. (of Ziggy uit Zeetongen en Bakvissen, enfin, u begrijpt wat ik bedoel), zelfs de meest simpele mens zou de pedofiel in Balthus al herkennen.

En toch, en toch. Zijn schilderijen raken wel. Met 'Le Montagne' of zelfs met kleinere werkjes slaagt Balthus erin mij te intrigeren. En met mij ook veel anderen, of zijn werken zouden niet in The Met hangen.

"The quickest way to become famous during the 1930s was by causing a scandal."
De man kan zijn seksuele werken dan wel trachten te verklaren met een excuus, feit blijft dat hij een ongezonde interesse had voor jonge meisjes.

De man is niet alleen, er zijn genoeg vieze ventjes met talentjes. Dan gaat het niet om de vermeende pedo/King of Pop, of om Roman Polanski, of - dichter bij huis - Gie Laenen, hun kunsten hebben niets met hun perversies te maken.
Wat vreemder is, is het grote aantal kunstenaars wiens kunst bijna rechtstreeks voortvloeit uit hun parafilieën.

Joaquín Sorolla, bijvoorbeeld. Goedpraters poneren dat de pedo-psychose van vandaag in de 19de eeuw nog niet bestond, en dat de portrettering van naakte jongetjes puur esthetisch was, niets te maken had met seksualiteit.
Bij Henry Scott Tuke wil ik nog twijfelen.

Bij onderstaande werken van Sorolla geloof ik er niet meer in.


















De inspiratie van deze schilder komt duidelijk van het naakte jongens-lichaam.





Is dat op zich erg? Doen ze er iets mee mis? Voor zover geweten is niet, maar wat weten wij?

Als de schrijver van schitterende, fantasierijke nonsensboeken als Alice's Adventures in Wonderland en Through the Looking-Glass and What Alice Found There nogal veel omging met een zeker 6-jarig meisje, genaamd Alice, tot in 1863 het dan elfjarige meisje en haar ouders plots alle banden met hem braken, kunnen wij toch maar weinig anders aannemen dan dat hun relatie allesbehalve gezond was?
De dagboeken van Lewis Caroll tussen 1858 en 1862 zijn overigens verdwenen, sommigen beweren vernietigd. Daar moet toch ook een reden voor zijn?

Maar opnieuw: dat doet niets af aan de genialiteit van zijn boeken. Het geeft alleen een nogal wrang gevoel.

Misschien is dit het moment voor mij om duidelijk te maken hoe ik vind dat een kunstenaar los moet worden gezien van zijn werk, hoe een werk een eigen waarde krijgt die met de kunstenaar weinig of niets meer te maken heeft.
Een muzikant is niets als hij geen muziek maakt, een acteur is niet meer dan een instrument voor het maken van een film of toneelstuk, een beeldhouwer moet zich na zijn laatste beeldhouwwerk met het volgende bezighouden. Het wordt wat moeilijker als we praten over de Fluxus- en performancekunstenaars, maar goed...

Het moest maar eens gedaan zijn met die idolatrie.

maandag 14 december 2009

Kunst, Part II: herkennen

Zoals ik in een vorige post al vertelde: kunst is niet altijd gemakkelijk om te begrijpen of zelfs maar te herkennen.
Wat ik bedoelde met begrijpen heb ik al - in de mate van het mogelijke - uitgelegd. Wat wil ik nu vertellen met 'Kunst is niet altijd makkelijk om te herkennen'?

Om te beginnen kan een werk - een stilleven, een readymade, een performance... - moeilijk te herkennen zijn áls kunst. Misschien is het hier dan ook beter om het woord 'erkennen' te gebruiken.

Zo kan ikzelf "Jan Fabre revisited" niet erkennen als kunstwerk, het is niet meer dan een eerbetoon van de ene kunstenaar aan de andere.

Maar herkennen, dat is nog iets compleet anders. Soms is kunst gewoon te vinden in een gang waar je altijd passeert, op straat, ergens in een hoekje in het station,... En soms is het moeilijk om het te zien, of te herkennen als kunst in plaats van iets dat daar maar toevallig staat, ligt of hangt.

Ik vind het niet makkelijk om dit onder woorden te brengen, maar ik zal het proberen aantonen met een voorbeeld.
Toen ik begin november in New York was, zijn we met een paar vrienden naar een vernissage gegaan van enkele Belgische kunstenaars. Mooie kunst, lelijke kunst, kunst die tot nadenken stemt en kunst die gewoon flauw is.
Maar wij zijn jongelui, en van zodra de tentoonstelling gezien is en we al een aantal bekers gratis wijn genuttigd hebben, krijgen wij zin in grappige dwaasheden. Iedereen die ooit op een kunsttentoonstelling heeft rondgelopen, heeft het waarschijnlijk al gedaan: Voor de grap staan kijken naar een kunstwerk, dat geen kunstwerk is. Of het nu om een vuilnisbak, een plek op de muur of een slapende suppoost gaat, van het moment dat er een aantal mensen rond gaat staan, zullen andere bezoekers ook altijd blijven hangen, ervan uitgaande dat het echt om kunst gaat. Als die slapende suppoost op dat moment wakker wordt, is de grap helemaal geslaagd.

Zo vroegen wij ons af of dat ook werkt met New Yorkerse hipsters. Gelukkig voor ons hoefden we niet te zoeken naar oververmoeid personeel, want daar lag - bijna speciaal voor ons daar neergelegd - een prachtige lege rode beker op de grond.
En daar gingen wij dan met z'n drieën rond staan. Om het helemaal compleet te maken trok ik zelfs een foto, begonnen we heftig te discussiëren over het ding en bukte ik mij zelfs om het 'werk' van dichterbij te bekijken. En toen viel het mij op.
Het bekertje was verdacht proper. Ook verschilde het van kleur met de bekertjes waaruit we allemaal dronken. En om het hele geval nog duidelijker te maken lag het ding nog eens met een dikke nagel vast aan de grond.
Wij stonden daar interesse te veinzen voor een zogezegd kunstwerk, dat uiteindelijk toch een kunstwerk bleek te zijn...

Om even te schetsen hoe moeilijk het soms kan zijn om kunst te herkennen als kunst. Niet dat het hier om een slecht kunstwerk ging, integendeel. Ik heb nog de hele avond nagedacht over het werk, over hoe kunst iets heel kleins kan zijn, over hoe gewend wij ondertussen wel niet zijn geraakt aan afval dat wij een bekertje op de grond gewoon als een bekertje zien, over hoe onopvallend een kunstenaar te werk kan gaan.

Het werk zelf kostte wel zo'n 24.000 euro, als ik mij niet vergis... Maar dat opent dan weer een andere discussie.

vrijdag 11 december 2009

Kunst, Part I: begrijpen

Kunst...

Het is niet altijd even eenvoudig. Niet eenvoudig om te begrijpen, en evenmin eenvoudig om te herkennen.

Begrijpen, dat hoef je uiteraard niet met alle kunst te doen. Kijk maar naar Rothko of Pollock, of gelijk welk esthetisch bedoeld kunstwerk.
Maar de kunst die gemaakt is om een boodschap over te brengen, of die gemaakt is om mensen te laten nadenken over een bepaald onderwerp, dat soort kunst kan soms pittige discussies opwekken.

Het is niet omdat de kunstenaar naar eigen kunnen en eigen gevoel een kunstwerk probeert te maken dat zijn of haar manier van kijken op de wereld weergeeft, dat de bedoeling van de kunstenaar daarom ook duidelijk wordt overgebracht. De toeschouwer zal niet automatisch diezelfde visie op de wereld overnemen via het kunstwerk.

Zo ging ik vorige week met een vriend naar een vernissage, waar we op een bepaald moment bij één sculptuur bleven staan. Ik zag er hoop in, Nicolas troosteloosheid.
Ik ga mij niet bezig houden met uit te leggen hoe het werk er precies uitzag, maar ik kan u wel vertellen dat we er niet aan uit geraakten wat nu de precieze bedoeling was.
Nu, op vernissages zijn de kunstenaars doorgaans aanwezig, en dat was in dit geval niet anders. Gemakkelijk voor ons, dan konden we eens aan de kunstenares vragen wat ze bedoeld had.
Om eerlijk te zijn ben ik daar meestal niet zo goed in, want kunstenaars en kunstkenners plegen wel eens uit te wijden over het onderwerp waar ze zo door bezeten zijn, en ikzelf ben nog niet lang genoeg met kunst bezig om alles helder te vatten. Een gesprek met Geert Opsomer, bijvoorbeeld, kan een uur in beslag nemen, waarna ik verward en enigszins duizelend nog steeds niet begrijp waar we over hebben gesproken.

Maar goed, wij gaan dus naar die kunstenares, en ik leg uit welke twee manieren van interpreteren wij hadden bij het bekijken van dat ene werk van haar. Blijkt nu dat zij iets compleet anders voor ogen had, toen zij het werk maakte.
Dat betekent dus dat een kunstenaar wel een doel voor ogen kan hebben met een kunstwerk, de interpretatie van dat kunstwerk is puur subjectief. De ene toeschouwer heeft een andere beleving dan de andere toeschouwer, en soms kan die dus mijlenver staan van de perceptie van de kunstenaar zelf.

Wat is het nut van de kunstenaar dan, buiten het vervaardigen van het werk?

Op die manier staat een voltooid kunstwerk immers compleet los van de maker, en is het zo een op zichzelf staand object. Hoe kan je dan als kunstenaar nog zeggen dat een bepaald kunstwerk 'jouw kunstwerk' is?
Het was 'jouw kunstwerk' terwijl het werd gecreëerd, toen het werk af was, heeft het zich ruw losgetrokken van de oorspronkelijke bedoeling waarmee het werd gemaakt.
Of bekijk ik het hier te nauw?

Is het juist de kunst om mensen te laten nadenken óver kunst, en dan wel op die manier dat ze in dezelfde richting beginnen te denken als de kunstenaar?
Of heeft een kunstwerk een eigen wil, en zal het door verschillende toeschouwers op een verschillende manier begrepen worden?

Misschien stel ik gewoon domme vragen. Als het op kunst aankomt, ben ik nog steeds een leek, dus wellicht zit ik nu met vragen waar iedere kunstkenner al het antwoord op kent. Of waarover iedere kunstkenner zich al bij heeft neergelegd dat er geen antwoord op bestaat. Of waar iedere kunstkenner nooit bij heeft stilgestaan omdat het gewoon de moeite niet waard is.

Van één iets ben ik in ieder geval zeker: kunst is er - en opnieuw, het gaat hier nu niet om de esthetische werken - om het publiek te laten nadenken. Of het nu over een bepaald onderwerp dat de kunstenaar al dan niet wilde aansnijden, of over de kunst zelf, de toeschouwer zal altijd moeten interpreteren en daar gaat altijd een welbepaald denken aan vooraf.
En daar kunnen we alleen maar gelukkig om zijn, niet?